Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/165520/HA ZA 11-761)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
De houtvezel-cementplaten zijn toegepast in badkamers, dus in een vochtige omgeving.
De platen dienen daarom afgeschermd te worden tegen de indringing van vocht.
Dit dient te worden uitgevoerd nadat de platen op maat zijn gemaakt en voordat zij tegen het raamwerk worden bevestigd.
Dit is in het geheel niet uitgevoerd.
Doordat de platen niet beschermd zijn tegen de indringing van vocht, zuigen de platen aanzienlijke hoeveelheden vocht op.
Zij zijn daardoor onderhevig aan aanzienlijke veranderingen van de afmetingen, zoals in het gemaakte werk ook blijkt.
Door de veranderingen in afmetingen “spatten” de platen bij gebrek aan vervormingsruimte uit het vlak van de wanden, mede waardoor schade ontstaat.
(…)
De naden tussen de platen zijn niet voorzien van kitnaden zodat de vochtige lucht de kopse kanten van de platen kan bereiken en van daaruit de platen kan bevochtigen.
Door het ontbreken van de kitnaden kan de warme en vochtige lucht doordringen in de ruimten tussen de platen en de ander zijden van de wanden.
al medio 2003 ter zake geïnformeerd. Beiden hebben toen in het pand ook de schade (scheurvorming en vervorming) vastgesteld. Zij hebben eiser toen beiden aangeraden voorlopig af te wachten totdat het pand volledig zou zijn “uitgewerkt”, waarna definitief de oorzaak en de aansprakelijkheid zouden kunnen worden vastgesteld.”