ECLI:NL:GHSHE:2014:5356

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
16 december 2014
Zaaknummer
HD 200.158.817_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 218 RvArt. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating Ahold als voegende partij aan zijde Jumbo in geschil over inzage verhuurrechten

In deze civiele procedure tussen C1000 en Jumbo over inzage in vertrouwelijke afspraken omtrent de overgang van verhuurrechten van winkels, heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch een incident tot voeging behandeld. Ahold vorderde zich te mogen voegen aan de zijde van Jumbo om samen de vordering van C1000 te bestrijden. Het hof oordeelde dat Ahold een voldoende belang heeft bij de procedure, omdat een ongunstige uitspraak voor Jumbo ook de rechtspositie van Ahold nadelig kan beïnvloeden.

De vordering tot voeging is tijdig ingesteld en voldoet aan de vereisten van artikel 217 Rv Pro. Het spoedeisend karakter van het kort geding en de goede procesorde worden door de voeging niet geschaad. Het hof besloot daarom Ahold toe te laten als voegende partij aan de zijde van Jumbo. De zaak is verwezen naar de rol van 13 januari 2015 voor verdere memorie van antwoord namens Jumbo en Ahold.

De beslissing over de kosten van het incident is aangehouden tot de einduitspraak. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014.

Uitkomst: Ahold is toegelaten als voegende partij aan de zijde van Jumbo in het hoger beroep tussen C1000 en Jumbo.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.158.817/01
arrest van 16 december 2014
gewezen in het incident tot voeging ex artikel 217 Rv Pro in de zaak van
Koninklijke Ahold N.V.
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres in het incident tot voeging ex artikel 217 Rv Pro,
hierna te noemen: Ahold,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
in het geding tussen:
Vereniging C1000,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante bij exploot van 21 oktober 2014,
hierna te noemen: C1000,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J.W. de Groot,
tegen:
Jumbo Groep Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde bij voormeld exploot,
hierna te noemen: Jumbo,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. R.G.J. de Haan,
op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnis van 23 september 2014 tussen Jumbo als gedaagde en Ahold als gevoegde partij aan de zijde van de gedaagde en C1000 als eiseres.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/280890 / KG ZA 14-421)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
In voormelde appeldagvaarding, waarin tevens de grieven zijn opgenomen, heeft C1000 geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het – zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - alsnog toewijzen van haar inleidende vorderingen, met veroordeling van in de kosten van beide instanties te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over die nakosten.
2.2.
Ter rolle van 4 november 2014 heeft Ahold een incidentele conclusie tot voeging ex artikel 217 Rv Pro genomen.
2.3.
Nadat C1000 in de gelegenheid is gesteld om een antwoordconclusie te nemen, heeft zij hiervan afgezien, doch wel aangegeven zich te refereren aan het oordeel van het hof.
2.4.
Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd in het incident.

3.De vordering tot voeging en de beoordeling daarvan

3.1.
Ahold heeft in het incident gevorderd haar in het geding tussen C1000 en Jumbo toe te laten als gevoegde partij aan de zijde van Jumbo teneinde samen met Jumbo de vordering van C1000 te bestrijden.
C1000 heeft zich ter zake van de beslissing op de door Ahold ingestelde incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
3.2.
Vooropgesteld wordt dat de vordering tot voeging, gelet op de artikelen 353 lid 1 juncto 217 en 218 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), tijdig is ingesteld.
Ingevolge artikel 217 Rv Pro, dat op grond van artikel 353 lid 1 Rv Pro ook van toepassing is in hoger beroep, kan een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van dat belang is voldoende dat een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie van de derde nadelig kan beïnvloeden (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768). Dit geldt eveneens in kort geding. In dat geval kan het verzoek tot voeging echter enkel worden toegewezen zolang de bij het kort geding vereiste spoed en de goede procesorde daar niet onder lijden.
3.3.
Tussen partijen staat vast dat Ahold ook in eerste aanleg zich gevoegd heeft aan de zijde van Jumbo. Ahold stelt, zoals zij ook in eerste aanleg heeft gesteld, dat C1000 onder meer inzage vordert in de afspraken tussen Jumbo en Ahold inzake de overgang van de verhuurrechten van 82 C1000 en Jumbo winkels naar Ahold, welke afspraken volgens Ahold niet openbaar zijn en Ahold en Jumbo zijn overeengekomen dat deze afspraken vertrouwelijk zullen blijven.
De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis de vorderingen van C1000 afgewezen. C1000 heeft in hoger beroep in gelijke zin gevorderd.
3.4.
Naar het voorlopig oordeel van het hof kan een voor Jumbo ongunstige beslissing de rechtspositie van Ahold nadelig beïnvloeden; toewijzing van het door C1000 in hoger beroep gevorderde zal immers meebrengen dat Ahold dient mee te werken aan het verlenen van inzage in de door C1000 bedoelde stukken.
3.5.
Nu het belang van Ahold bij de onderhavige voeging aan de zijde van het Jumbo daarmee vast staat en het spoedeisend karakter van de zaak en de goede procesorde zich hiertegen niet verzetten, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
3.6.
Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
laat Ahold toe als voegende partij aan de zijde van Jumbo in de hoofdzaak tussen C1000 en Jumbo;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 13 januari 2015 voor memorie van antwoord aan de zijde van Jumbo en Ahold;
in het incident en de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 december 2014.
griffier rolraadsheer