Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- een memorie van grieven waarbij een productie is overgelegd;
- een memorie van antwoord in het principaal appel, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel, tevens eiswijziging waarbij 28 (Romeins genummerde) producties zijn overgelegd;
- een memorie van antwoord in het incidenteel appel waarbij zes producties zijn overgelegd;
- een akte houdende uitlating producties;
- een akte.
2.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 201249 / HA ZA 09-2441)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
[systeembouw] Systeembouw [vestigingsplaats] B.V.(hierna [systeembouw]) stelde op 30 september 2008 een schadevordering in van € 52.639,07. Volgens [bedrijf] Beheer was deze claim bij [geïntimeerde] bekend. Volgens [geïntimeerden] was de schadebeperking ingevolge de RVOI niet met [systeembouw] overeengekomen, maar volgens [bedrijf] Beheer wordt deze claim door Nationale Nederlanden gedekt. [systeembouw] maakte een procedure tegen het Adviesbureau aanhangig, waarin op kosten van Nationale Nederlanden verweer werd gevoerd door mr. Molier, de advocaat van [appellant]. Bij de brief van 29 november 2010 is een vonnis van de rechtbank ‘s- Hertogenbosch van 27 oktober 2010 gevoegd, waarin de vordering van [systeembouw] werd afgewezen. Het vonnis van de rechtbank is bij onherroepelijk geworden arrest van dit hof van 5 maart 2013 bekrachtigd (productie E memorie van antwoord in het incidenteel appel).
Thermen [thermen] B.V.(thans genaamd Winding Oaks B.V.) diende in 2008 een schadevordering van € 208.355,82 met rente en kosten in bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Volgens [bedrijf] Beheer was deze claim bij [geïntimeerde] bekend. Volgens [geïntimeerden] was de schadebeperking ingevolge de RVOI niet met Thermen [thermen] overeengekomen, maar volgens [bedrijf] Beheer wordt deze claim door Nationale Nederlanden gedekt. [appellant] voerde namens het Adviesbureau verweer. Het Scheidsgerecht wees op 22 maart 2010 een tussenvonnis (prod. 22 akte d.d. 6 juli 2010 van [geïntimeerden]), waarin werd vastgesteld dat het Adviesbureau en de architect hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de nog vast te stellen schade, en dat de schadevergoedingsplicht van het Adviesbureau beperkt is tot maximaal € 68.067,03 omdat sprake was van een volledige opdracht in de zin van de RVOI. Het Adviesbureau stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
[vastgoed] Vastgoed B.V.stelde het Adviesbureau bij brief van 14 september 2009 aansprakelijk voor een bedrag van € 4.826,16. Het hof begrijpt dat deze claim het project Woonboulevard [plaats] betreft. Er werd een procedure aanhangig gemaakt bij de sector kanton van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, waarin zowel de claim van [vastgoed] als een declaratie van het Adviesbureau aan de orde waren. [appellant] voerde die procedure namens het Adviesbureau. De procedure werd op een zitting van 6 april 2010 geroyeerd.
Woningstichting De Kleine Meierij(hierna DKM) stelde het Adviesbureau bij brief van 22 september 2009 aansprakelijk in verband met het project Zorgcentrum De Annenborch op de locatie De Hoef te [plaats]. Volgens [bedrijf] Beheer betreft dit een op 1 januari 2009 onderhanden project. Het Adviesbureau meldde de claim bij Nationale Nederlanden, die ITS Expertise inschakelde. ITS Expertise rapporteerde op 19 november 2009, waarna Nationale Nederlanden de claim verwierp. DKM sommeerde het Adviesbureau bij brief van 5 november 2009 tot betaling van een bedrag van € 400.000,, maar heeft nog geen rechtsvordering ingesteld.
ABB Ontwikkeling B.V.(hierna ABB) stelde het Adviesbureau bij brief van 12 januari 2010 aansprakelijk voor een schade van minimaal € 144.550, in verband met het project Wilgentuinen te [plaats]. Volgens de op 5 juli 2007 tussen ABB en het Adviesbureau gesloten overeenkomst is het Adviesbureau aansprakelijk voor eventuele schade tot een maximum van € 1.000.000,. Het Adviesbureau voltooide in 2008 de berekeningen en tekeningen. ABB startte begin 2009 met de uitvoering. Eind 2008 en/of begin 2009 informeerde ABB bij het Adviesbureau naar de stabiliteit in diverse types bouwwerken. Het Adviesbureau adviseerde ABB in 2009 om de stabiliteit te verbeteren door gipswanden te vervangen door kalkzandsteen. De claim van € 144.550, betreft de kosten van versteviging van de wanden, die ABB niet kon doorberekenen aan de kopers omdat de koopovereenkomsten al gesloten waren. Bij brief van 22 februari 2010 werd [bedrijf] Beheer door [geïntimeerden] op de hoogte gesteld van de aansprakelijkstelling van 12 januari 2010, waarna [bedrijf] Beheer reageerde dat deze claim haar niet regardeerde (op de comparitie na antwoord in eerste aanleg heeft mr. Molier het verweer gevoerd dat een eventuele fout pas in 2009 is gemaakt, maar in haar antwoordakte geeft [bedrijf] Beheer aan dat zij op deze wijze heeft gereageerd omdat zij tot voor kort niet op de hoogte was van het geschil).
GV Bouw Servicestelde het Adviesbureau bij brief van 4 februari 2010 aansprakelijk voor door haar opdrachtgever Essent gemaakte en aan GV Bouw Service doorberekende kosten in verband met het project De Stadshaard te [plaats]. Omdat de gemeente [plaats] de door het Adviesbureau voor dat project gemaakte berekeningen niet accepteerde, maakte het Adviesbureau in 2008 een aanvullende statische berekening. Omdat ook die berekening niet werd geaccepteerd, verrichtte het Adviesbureau ook in 2009 nog herstelwerkzaamheden. [appellant] was in januari 2009 aanwezig bij een bespreking met de gemeente. De daaraan bestede uren bracht hij in rekening op de facturen waarvan in de procedure 09-2751 betaling wordt gevorderd. [bedrijf] Beheer stelt zich op het standpunt dat het Adviesbureau ingevolge de RVOI niet aansprakelijk is voor vertragingsschade. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 maart 2012 (productie X bij memorie van antwoord in het principaal appel) is het Adviesbureau (in het vonnis genaamd “Adviesburo”) op vordering van [gv bouwservice], h.o.d.n. GV Bouwservice veroordeeld om aan GV Bouwservice te betalen € 32.989,15 te vermeerderen met rente en kosten. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank ´s-Hertogenbosch van 19 december 2012 (productie XI bij memorie van antwoord in het principaal appel) is op vordering van [geïntimeerden] [bedrijf] Beheer veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen al hetgeen waartoe het Adviesbureau is veroordeeld om aan GV Bouwservice te betalen in de procedure die heeft geleid tot het genoemde vonnis van 28 maart 2012. Bij vaststellingsovereenkomst van 17 januari 2013 (productie XII bij memorie van antwoord in het principaal appel) is tussen GV Bouwservice en [bedrijf] Beheer overeengekomen dat [bedrijf] Beheer ter finale kwijting aan GV Bouwservice zal betalen € 30.000,- waarbij GV Bouwservice verklaart niets meer van het Adviesbureau te vorderen te hebben voor zover verband houdende met het geschil dat heeft geleid tot het hiervoor genoemde vonnis van 28 maart 2012.
- € 32.415,50 + € 2.500,- + € 10.201,37 op grond van het scheidsrechterlijk vonnis inzake ABB van 5 december 2011;
- € 17.070,02 zijnde de proceskosten in verband met de claim van ABB;
- € 4.242,- wegens herstelwerk verricht voor ABB;
- € 4.554,- wegens herstelwerk verricht voor Muller Bouw;
- € 10.674,- wegens herstelwerk verricht voor GV Bouwservice.
- klacht gemeld zie gegevens Ross Advocaten”, terwijl zij bij dit onderdeel van de grieven geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd waaruit moet worden afgeleid dat zij niets aan [bedrijf] Beheer hoefden mee te delen. Naar het oordeel van het hof is niet, in elk geval niet voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd gesteld, dat met de zinsnede “
klacht gemeld zie gegevens Ross advocaten” andere meldingen zijn bedoeld dan de melding bij brief van mr. Van der Meulen van 12 mei 2009 (zie ook r.o. 3.22 van het vonnis van 28 maart 2012). Bij die brief (productie 67 akte uitlating [geïntimeerden] d.d. 25 mei 2011) is kennelijk als bijlage overgelegd een Overzicht herstelwerk (productie 6 akte [geïntimeerden] d.d. 21 oktober 2009 gelezen in samenhang met nr. 6 van de dagvaarding in eerste aanleg).
Claims” een overzicht van de volgens hen door de tekenaar en constructeur gewerkte uren in de claimzaken. Inclusief het hiervoor genoemde bedrag komen zij tot een totaal van € 70.732,-, zodat het bedrag dat zij vorderen aan herstelkosten in claimzaken € 55.645,- bedraagt. Voor de volledigheid merkt het hof hier nog op dat het op pag. 4 van productie 66A genoemde bedrag van € 6.000,- betrekking heeft op de kosten van het Ingenieursburo Arnhem B.V. Van het bedrag van € 55.645,- heeft de rechtbank toegewezen € 4.242,- herstelwerk voor ABB, € 4.554,- herstelwerk voor Muller Bouw en € 10.674,- voor herstelwerk GV Bouwservice. In totaal dus € 19.470,-. In dit appel vorderen [geïntimeerden] onder het voordragen van de grieven VII tot en met XIII nog toewijzing van de kosten herstelwerkzaamheden inzake DKM, groot € 32.613,50, en van de kosten herstelwerkzaamheden inzake Just Labels van € 1.200,-.
De vorderingen van eiseres(hof: [bedrijf] Beheer)
op gedaagde(hof: [geïntimeerde])
ter zake van geldlening groot € 50.000,00 alsmede de vordering van Adviesbureau voor Beton- en Staalconstructies [bedrijf] B.V. op eiseres uit hoofde van rekeningcourant, worden eerst opeisbaar met het onherroepelijk worden van het vonnis te wijzen in de bodemprocedure;”. Het hof begrijpt dat met de woorden “
met het onherroepelijk worden van het vonnis te wijzen in de bodemprocedure”wordt bedoeld het onherroepelijk worden van de beslissingen in de onderhavige procedure.
“Afwijking vooruitbetaalde verzekeringen” vermeld dat in de voorlopige overnamebalans was opgenomen een geschatte post van te betalen € 3.771,- voor de aansprakelijkheidsverzekering, maar dat in de definitieve overnamebalans deze post was veranderd in € 294,- na ontvangst van de definitieve afrekening van Nationale Nederlanden. [accountant] verwijst hierbij naar een specificatie C. Die is bijgevoegd en betreft een “naverrekening over het verzekeringstijdvak 1-01-2008 tot 1-01-2009” van Nationale Nederlanden. Rechtsonder dit stuk is vermeld “Den Haag,” en daaronder “25-02-2009” zodat het hof aanneemt dat dit stuk dateert van 25 februari 2009. Op dit stuk is door Nationale Nederlanden onder meer vermeld dat het te betalen jaarhonorarium € 9.678,32 bedraagt, dat is betaald € 9.952, en dat het verschil € 273,68 bedraagt. Vervolgens is met de hand bij geschreven “x 1,075 en het bedrag € 294,21.
“naberekende premie NN 2008, 4 facturen; alles betaald in 2009, totaal € 2.504,50”en hebben zij als productie 65 overgelegd een schrijven van Nationale Nederlanden met als datum van verrekening 14 juli 2009. Hierop is vermeld “Naverrekening over het verzekeringstijdvak 1-1-2008 tot 1-1-2009”, premie voor genoemd tijdvak € 9.678,32, reeds in rekening gebracht € 8.086, na verrekening € 1.592,32”. Met de hand is vervolgens bijgeschreven “incl ass. Belasting € 1711,74”. In hun akte van 20 juli 2011 hebben [geïntimeerden] nog opgemerkt dat de afrekening van Nationale Nederlanden van 25 februari 2009 is gewijzigd bij factuur van 14 juli 2009.
5.De uitspraak
J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2014.