Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 512624 CV EXPL 13-706)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
“(…)Als door leveranties en leningen het saldo van uw rekeningoverzicht uw limiet overschrijdt, passen wij uw limiet aan. Door te bestellen voor een hoger bedrag dan op basis van uw limiet mogelijk lijkt, verzoekt u ons dus uw limiet te verhogen. (…)”. Nadat [appellant] de limiet van € 3.000,- had overschreden, heeft [thuiswinkel] aldus op basis van voornoemd artikel 2 de Pro limiet verhoogd, aldus Intrum.
Het hof stelt verder vast dat [appellant] niet heeft weersproken dat hij betalingen tot het bedrag van € 5.232,-- heeft gedaan.
Het totale openstaande bedrag wordt opeisbaar, als u meer dan twee termijnen niet heeft betaald en u in gebreke bent gesteld’.Het hof oordeelt dat met de bepaling door [thuiswinkel] c.s klaarblijkelijk wordt beoogd een regeling te treffen die aansluit bij de door artikel 33 aanhef Pro en onder c sub 1 Wck toegestane regeling voor vervroegde opeisbaarheid (vergelijk HR 3 juni 2005, LJN AS7017), nu sprake is van maandtermijnen en het niet betalen van drie (maand)termijnen, ook als het elkaar opvolgende termijnen betreft, altijd betekent dat één termijn langer dan twee maanden onbetaald is gelaten. Aldus is sprake van een geldige vervroegde opeisingsclausule.