ECLI:NL:GHSHE:2014:604
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- I.B.N. Keizer
- M.G.W.M. Stienissen
- Th.J.A. Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslag op onroerende zaken ondanks geschil aansprakelijkheid bestuurder
In deze zaak vordert appellant, bestuurder en aandeelhouder van een BV met belastingschulden, opheffing van conservatoir beslag dat de Ontvanger op zijn onroerende zaken heeft gelegd. Het beslag is na betekening van een dwangbevel overgegaan in executoriaal beslag, maar behoudt feitelijk een conservatoir karakter omdat de Ontvanger de beroepsprocedure over de aansprakelijkstelling afwacht.
Appellant stelt dat het beslag disproportioneel is omdat het beslag op onroerende zaken met een gezamenlijke WOZ-waarde van ruim €7,6 miljoen is gelegd, terwijl het beslagverlof slechts €1,867 miljoen bedraagt. Het hof oordeelt dat de WOZ-waarde niet beslissend is, maar dat de lagere executiewaarde in verhuurde en verpachte staat moet worden meegewogen.
De Ontvanger heeft taxaties overgelegd waaruit een executiewaarde van circa €2,4 miljoen blijkt, wat de beslaglegging rechtvaardigt. Het hof wijst het beroep van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij een deel van het beslag is opgeheven maar de belangrijkste beslagen gehandhaafd blijven. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het beslag op de onroerende zaken wordt gehandhaafd.