Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het tussenarrest van 10 april 2012
6 Het vervolg van de procedure
7.De gronden van het hoger beroep
8.De beoordeling
intentieverklaring” ondertekend, dat onder meer in hield dat partijen:
“(..) laat ondergetekende weten dat ik [appellant] (..) het bedrijf voortzet.”
conventie
reconventieheeft de rechtbank:
als eigenaarrecht op afgifte van die bomen heeft;
beschikbaar was” en dat het de bedoeling was dat zij samen met [appellant] de bomen zou onderhouden, dat zij zouden leven van de verkoopopbrengst en dat ook het feitelijk gebruik van de grond in de vof zou komen. Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof niet dat partijen hebben bedoeld om [geïntimeerde] houder te maken van de grond van [appellant]. (Daar doet niet aan af dat [geïntimeerde] ter comparitie eveneens heeft verklaard dat het feitelijk gebruik van de grond door de vof uiteindelijk, naar haar mening, niet tot stand is gekomen: ook zij heeft immers verklaard dat het wel de bedoeling was).
de exploitatie van de laanbomen niet in de vof wou doen” (vgl prod. 7 cva [appellant]), een stelling die zij in deze procedure heeft bevestigd en heeft zij in deze procedure steeds gesteld dat zij eigenaar van de bomen wilde blijven, maar daar haalt [geïntimeerde] het zaken- en het verbintenissenrecht door elkaar. [geïntimeerde] heeft noch bij het opstellen van de intentieverklaring, noch bij het formaliseren van de oprichting van de vof een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de exploitatie van de laanbomen. Het hof wijst er in dit verband op dat bijvoorbeeld in een rapport, opgesteld door LEI Wageningen, het bedrijf reeds op 16 maart 2007 werd omschreven als boomkwekerijbedrijf (prod. 10 cva). Tenslotte heeft nog te gelden dat [geïntimeerde] ter comparitie bij de rechtbank heeft gezegd dat zij “
nooit de exploitatie van de kwekerij uit de Vof[heeft]
willen halen”.
hijhet bedrijf wenste voort te zetten per 1 januari 2008. Hiermee heeft [appellant] aangegeven dat hij feitelijk (alleen, zonder [geïntimeerde]) de activiteiten “voortzette” in weerwil van zijn eerdere mededeling dat [geïntimeerde] eerst per eind 2008 van de vof en haar activiteiten los zou kunnen komen. Dat betekent dat een afrekening tussen [appellant] en [geïntimeerde] diende te geschieden, op de wijze als in het vennootschapscontract voorzien per 1 januari 2008.