Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Mondzorg Centrum VOF,gevestigd te [vestigingsplaats],
[vennoot 1.],wonende te [woonplaats],
[vennoot 2.],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Mondzorg Centrum VOF had een concurrentie- en relatiebeding opgenomen in de arbeidsovereenkomst met een mondhygiëniste, waarin zij werd beperkt in haar werkzaamheden binnen een straal van 20 km gedurende tien jaar na beëindiging van het dienstverband. De mondhygiëniste wilde een praktijk overnemen binnen die regio, maar Mondzorg weigerde toestemming. Na een kort geding werd het concurrentiebeding geschorst en het relatiebeding gedeeltelijk.
In de bodemprocedure vorderde Mondzorg handhaving van beide bedingen, met dwangsommen bij overtreding. De mondhygiëniste stelde dat zij haar positie aanzienlijk zou verbeteren door de praktijk over te nemen en was bereid het relatiebeding na te leven en Mondzorg inzage te geven in haar klantenbestand.
De kantonrechter oordeelde dat het relatiebeding voldoende bescherming bood en wees het concurrentiebeding af. Het hof bevestigde dit oordeel, matigde het concurrentiebeding tot een relatiebeding, en vond dat de belangen van Mondzorg voldoende beschermd worden door het relatiebeding, mede omdat de mondhygiëniste bereid was tot controle op naleving. Mondzorg werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof matigt het concurrentiebeding tot een relatiebeding en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.