ECLI:NL:GHSHE:2014:860

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 maart 2014
Publicatiedatum
26 maart 2014
Zaaknummer
20-000546-12
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Vreemdelingenwet 2000Art. 359 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens medische onmogelijkheid tot reizen bij ongewenst vreemdeling

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Breda, waarin verdachte was veroordeeld voor het als ongewenst verklaard vreemdeling verblijven in Nederland. Het hof vernietigde het vonnis omdat het niet voldeed aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 Sv Pro.

Het hof verklaarde bewezen dat verdachte op 30 juni 2011 te Tilburg als vreemdeling verbleef terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Echter, gelet op medische informatie en toelichting van de raadsman, achtte het hof aannemelijk dat verdachte niet in staat was te reizen.

Daarmee kon verdachte het feit niet worden verweten en was hij niet strafbaar. Het hof sprak verdachte vrij en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met een volledige motivering.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens medische en psychische onmogelijkheid om te reizen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-000546-12
Uitspraak : 25 maart 2014
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 7 oktober 2011 in de strafzaak met parketnummer 02-157421-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Ethiopië) op [geboortedatum],
volgens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep
verblijvende in [verblijfplaats].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - het als ongewenst verklaard vreemdeling in Nederland verblijven veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen, het ten laste gelegde zal bewezen verklaren en verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging.
Door en namens verdachte is primair bepleit dat het hof verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 30 juni 2011 te Tilburg, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, (op 27 juli 2006) tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 30 juni 2011 te Tilburg, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Gelet op de medische informatie die zich in het dossier bevindt en de toelichting daarop door de raadsman ter terechtzitting, is naar het oordeel van het hof aannemelijk geworden dat verdachte niet in staat is om te reizen. Daarmee is gegeven dat hij er niets aan kan doen dat hij het ten laste gelegde heeft begaan. Het bewezen verklaarde kan verdachte derhalve op medische en psychische gronden niet worden verweten, zodat verdachte niet strafbaar is en het hof hem zal ontslaan van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Aldus gewezen door
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. J.J. van der Kaaden en mr. M.L.P. van Cruchten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. drs. T. Kraniotis, griffier,
en op 25 maart 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.