Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
- verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen waarvan 3 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest;
- aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zal verbinden;
- de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 184,84 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal verklaren.
- verzocht dat hof zich uitlaat over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en zich gerefereerd aan dat oordeel;
- bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu het bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert;
- verzocht om, indien het hof het bewezen verklaarde strafbaar verklaart, te volstaan met een oplegging conform het reeds ondergane voorarrest;
- verzocht ingeval van een bewezen verklaring de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 182,84.
A.
Ad. A.
B.
Ad. B
(het hof: valsheid in geschrifte)werden afgedekt (Kamerstukken II 1990–1991, 21 551, nr. 3).
“dan wel het opzettelijk een vals of vervalst geschrift afleveren of voorhanden hebben, terwijl men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor
wetsvoorstel zoals dat is ingediend, wordt strafbaar gesteld elk opzettelijk afleveren of voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift, indien de dader weet dat van het geschrift zulk gebruik - dat wil zeggen gebruik als ware het echt en onvervalst - kan worden gemaakt.Opzettelijk houdt in dat de dader weet dat het stuk valselijk is opgemaakt of is vervalst. Een vals of vervalst stuk kan uiteraard altijd ter misleiding worden gebruikt. De wetenschap dat dit kan gebeuren, voegt dan ook geen bestanddeel aan de delictsomschrijving toe(onderstreping hof)
.
de bepaling zich niet alleen richt tegen degene die zélf beoogt het stuk [als echt enonvervalst] te gebruiken. Ook degene die zich bewust is, of redelijkerwijs moet zijn,van dat gebruik door anderen - en daarvoor de voorwaarden schept doordat hij hetstuk voorhanden heeft of aflevert - dient ingevolge deze bepaling strafbaar te zijn.
Zijn rol in het circuit van frauduleuze operaties is in abstracto niet van geringerebetekenis dan die van degene die de valsheid zelf voor zijn rekening neemt.” (Kamerstukken II 1990–1991, 21 186, nr. 8, blz. 6)
- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
- dat door feiten als de onderhavige het vertrouwen dat gebruikers moeten kunnen stellen in een geautomatiseerde betaalsysteem, zoals bij het gebruik van tankpassen, ernstig wordt geschonden. Daarnaast wordt door onderhavige feiten aanzienlijke financiële schade toegebracht aan de betrokken tankpashouders. Zo werd bij het bewezen verklaarde feit circa 142 liter diesel getankt voor een bedrag van circa
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) dagen.
49 (negenenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenzich niet houdt aan de hierna genoemde algemene voorwaarden dan wel de hierna genoemde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
€ 182,84 (honderdtweeëntachtig euro en vierentachtig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 182,84 (honderdtweeëntachtig euro en vierentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.