ECLI:NL:GHSHE:2015:1075

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 maart 2015
Publicatiedatum
24 maart 2015
Zaaknummer
HD200.158.866_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 RvArt. 250 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering afstand van instantie wegens ontbreken bijzondere machtiging ex artikel 250 lid 2 Rv

In deze civiele zaak tussen Bewindvoering B.V., handelend als bewindvoerder, en Stichting Zayaz, heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 24 maart 2015 uitspraak gedaan. De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Bewindvoering B.V. heeft het hof verzocht om de zaak te beëindigen zonder memorie van grieven in te dienen, maar zonder instemming van de wederpartij en zonder bijzondere machtiging zoals vereist onder artikel 250 lid 2 Rv Pro.

Het hof constateert dat niet duidelijk is of Bewindvoering afstand wil doen van de instantie zoals bedoeld in artikel 249 Rv Pro. Omdat de wederpartij niet instemt met doorhaling en de bijzondere machtiging ontbreekt, kan het hof niet overgaan tot afstand van instantie. Het recht om memorie van grieven in te dienen is nog niet vervallen.

Daarom stelt het hof Bewindvoering in de gelegenheid om zich uit te laten over de afstand van het recht op memorie van grieven of alsnog een memorie van grieven te nemen. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 7 april 2015 voor nadere beslissing.

Uitkomst: Het hof weigert afstand van instantie wegens ontbreken van bijzondere machtiging en stelt appellant in de gelegenheid memorie van grieven te nemen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.158.866/01
arrest van 24 maart 2015
in de zaak van
[Bewindvoering] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[saniet],
gevestigd te [vestigingsplaats 1],
appellante,
hierna aan te duiden als [Bewindvoering],
advocaat: mr. P.A. Schippers te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
Stichting Zayaz
gevestigd te [vestigingsplaats 2],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de stichting,
advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern, gemeente Utrecht,
op het bij exploot van dagvaarding van 23 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 juli 2014, gewezen tussen de stichting als eiseres en [saniet] als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3023225 / 14-4074)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het vonnis in verzet van 2 oktober 2014.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
[Bewindvoering] heeft bij voormeld exploot de stichting opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 november 2014. Op de rol van die datum heeft [Bewindvoering] de zaak aangebracht. Mr. Trimbach heeft zich als procesvertegenwoordiger gesteld voor de stichting.
2.2.
[Bewindvoering] is in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na de eerste rolzitting, derhalve uiterlijk op 16 december 2014, een memorie van grieven te nemen. [Bewindvoering] heeft geen memorie van grieven genomen. In plaats daarvan heeft zij met een H8 formulier het hof het volgende bericht: “Appellant wenst intrekking van de zaak voor memorie van grieven. Eerstdienende dag reeds gepasseerd. Aan wederpartij is geen instemming verzocht. Gelet op vonnis in eerste aanleg is daar ook geen aanleiding voor.”
2.3.
Op de rol van 30 december 2014 heeft geïntimeerde laten weten niet in te stemmen met het doorhalen van de zaak op de rol. Geïntimeerde heeft arrest gevraagd.
2.4.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen.

3.De beoordeling

Niet duidelijk is of [Bewindvoering] afstand van de instantie wil doen als bedoeld in artikel 249 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Indien [Bewindvoering] geen afstand van instantie doet en de zaak evenmin op eenstemmig verzoek wordt doorgehaald, is het de vraag of [Bewindvoering] afstand wil doen van het recht om van grieven te dienen. Volgens de rolkaart is het recht daartoe nog niet vervallen.
Het hof zal [Bewindvoering] in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten dan wel de memorie van grieven te nemen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 7 april 2015 voor akte uitlaten aan de zijde van [Bewindvoering] met het hiervoor onder 3 weergegeven doel, dan wel het nemen van de memorie van grieven;
houdt iedere verdere beslissing aan
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en
M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op
24 maart 2015.
griffier rolraadsheer