Partijen zijn gehuwd sinds 2003 en zijn in scheiding geraakt. De vrouw verzocht om partneralimentatie en dat de man de hypothecaire lasten van de echtelijke woning zou dragen. De rechtbank wees haar verzoek tot alimentatie af en bepaalde dat de man de woning mocht blijven bewonen.
In hoger beroep stelde de vrouw dat zij behoefte had aan een hogere bijdrage, terwijl de man betoogde dat de alimentatieplicht moest vervallen wegens grensoverschrijdend gedrag van de vrouw en dat zij onvoldoende had meegewerkt. Het hof oordeelde dat het gedrag van de vrouw niet zodanig was dat de alimentatieplicht verviel en dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat zij behoefte had aan alimentatie.
Verder wijzigde het hof de voorlopige onderhoudsbijdrage naar nihil met ingang van 15 januari 2014 vanwege onvolledige informatie van de vrouw over haar inkomsten en vermogen, waaronder buitenlandse bankrekeningen. De man blijft verantwoordelijk voor de hypothecaire lasten van de woning. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.