ECLI:NL:GHSHE:2015:1299
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onbegeleide omgangsregeling tussen vader en dochter met dwangsom bij niet-nakoming
In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de omgangsregeling tussen de vader en zijn dochter vastgesteld. De moeder had zich stelselmatig verzet tegen de omgang, ondanks eerdere beschikking en pogingen van de gezinsvoogd en het Rotterdams Omgangshuis. De vader had op eigen initiatief enkele omgangsmomenten gerealiseerd, maar de moeder bleef medewerking weigeren.
Het hof heeft op basis van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, de verklaringen van partijen en de wettelijke verplichtingen uit artikel 1:377a BW en het EVRM overwogen dat omgang in het belang is van het kind en dat er geen contra-indicaties zijn bij de vader. De moeder kon haar zorgen niet onderbouwen en was niet verschenen bij de zitting.
Daarom heeft het hof een onbegeleide omgangsregeling vastgesteld met een opbouw in frequentie, te beginnen met vier keer per twee weken op zaterdag, daarna een weekend per twee weken en vervolgens een uitgebreidere weekendregeling. Tevens is een dwangsom van € 200 per keer opgelegd aan de moeder bij niet-nakoming, met een maximum van € 10.000. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelde een onbegeleide omgangsregeling vast tussen vader en dochter en legde een dwangsom op aan de moeder bij niet-nakoming.