Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- Mr. Pieters;
- mevrouw [bewindvoerder], hierna te noemen: de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is in 2012 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft bij vonnis van februari 2015 geoordeeld dat appellant toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de regeling, met name de informatie- en sollicitatieplicht. Hierdoor werd hem geen schone lei verleend en werd de regeling beëindigd.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij door ernstige psychosociale problematiek, waaronder een depressie en borderline, niet in staat was zijn verplichtingen na te komen. Hij stelde dat zijn tekortkomingen niet aan hem konden worden toegerekend en dat de rechtbank artikel 354 lid 2 Faillissementswet Pro ten onrechte niet had toegepast.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende medewerking heeft verleend door de bewindvoerder niet te informeren over zijn problematiek, ondanks herhaalde waarschuwingen. Er was geen vrijstelling van arbeidsverplichtingen verleend en de tekortkomingen waren toerekenbaar. De psychosociale problematiek rechtvaardigde geen vrijstelling omdat dit niet tijdig was gemeld en onderbouwd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep af. De schuldsaneringsregeling werd beëindigd zonder toekenning van de schone lei, mede omdat geen aanwijzingen bestonden dat appellant in de toekomst wel aan zijn verplichtingen zou voldoen.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.