Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De beslissing
[appellante], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], met ingang van 16 april 2015 ambtshalve op;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de rechthebbende tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die haar moeder ontsloeg als bewindvoerder en Bureau Inkomensbeheer Brunssum benoemde als nieuwe bewindvoerder.
De rechthebbende betoogde dat het bewind niet langer nodig was omdat zij sinds haar verblijf bij Stichting Radar haar financiën adequaat kan beheren met ondersteuning van haar moeder en de zorginstelling. Zij wees op het ontbreken van schulden en het automatisch voldoen van vaste lasten. Tevens stelde zij dat de kosten en bereikbaarheid van het bewindvoerdersbureau nadelig waren.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro het bewind ambtshalve kan worden opgeheven indien voortzetting niet zinvol is. Gezien de omstandigheden en instemming van de huidige bewindvoerder achtte het hof het bewind niet langer noodzakelijk. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en bepaalde dat het bewind per 16 april 2015 wordt opgeheven, met de verplichting tot het afleggen van eindrekening binnen drie maanden.
Uitkomst: Het hof heeft het bewind over de goederen van de rechthebbende ambtshalve opgeheven per 16 april 2015.