Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/241224/HA ZA 12-21)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi van 31 maart 2015, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 9 januari 2015 door mr. Peerboom-Gerrits toegezonden producties, die [appellant] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief van 13 januari 2015 door mr. Stolk toegezonden producties, die [geïntimeerde] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
“Het mooie van VSM is dat bij een faillissement van Vastgoed Solide Maatschappij dit geen gevolg heeft voor obligatiehouders wij dus als participanten. Het onroerende goed staat los van een eventuele faillissement van Vastgoed Solide Maatschappij.”
“je belegt niet in een organisatie, maar direct in Nederlands vastgoed, dus je geld blijft in Nederland; er wordt alleen belegd in zorg, want dat is door de verwachte vergrijzing een zekere groeimarkt; de AFM geeft deze investering een zeer laag risicokarakter daarom hoeft er dan ook geen risicoprofiel opgesteld te worden; binnen enkele jaren zitten we op het maximaal haalbare rendement, omdat er voor APEX een vaste vergoeding is en datgene wat overblijft geherinvesteerd wordt ten voordele van de beleggers; alleen als het vastgoed in Nederland niets meer waard zou zijn, hebben de obligatiehouders pas een probleem; en mocht APEX failliet gaan, dan worden de obligatiehouders daar niet in meegezogen, want hun geld zit niet in APEX, maar in het vastgoed.”[geïntimeerde] heeft ter nadere onderbouwing van zijn stelling verwezen naar de verklaring van [ex-medewerker] (ex-medewerker van VSM en DRC) van 18 december 2012 (ondertekend op 31 juli 2014) (prod. 1 memorie van antwoord). [geïntimeerde] heeft voorts erop gewezen dat tussen [appellant] en [geïntimeerde] sprake was van een verhouding leraar-leerling en dat [geïntimeerde] dan ook heeft mogen vertrouwen op de juistheid van de uitlatingen van [appellant].
“Het mooie van VSM is dat bij een faillissement van Vastgoed Solide Maatschappij dit geen gevolg heeft voor obligatiehouders wij dus als participanten. Het onroerende goed staat los van een eventuele faillissement van Vastgoed Solide Maatschappij.”Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat deze mededeling, naar een ieder die professioneel werkzaam is in de financiële wereld behoort te weten, zo juridisch onhoudbaar is, dat die geheel voor eigen rekening van [geïntimeerde] moet blijven zelfs als [appellant] zich in die zin zou hebben uitgelaten, en dat die foute mededeling onmiskenbaar ertoe heeft bijgedragen dat [obligatiehouder ] in juli 2008 “over de streep is getrokken”. Dat [appellant] zich jegens [geïntimeerde] in die zin heeft uitgelaten, heeft [geïntimeerde] overigens niet, althans niet gemotiveerd gesteld.