Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de ondertoezichtstelling van haar twee minderjarige kinderen had verlengd tot 16 mei 2015. De minderjarigen stonden sinds 2010 onder toezicht van de stichting die namens Bureau Jeugdzorg optreedt.
De moeder stelde dat de thuissituatie inmiddels stabiel is en dat met ambulante hulpverlening voldoende ondersteuning wordt geboden, zodat geen sprake meer is van een ontwikkelingsbedreiging die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. De omgang tussen de vader en een van de minderjarigen verloopt naar tevredenheid.
Het hof oordeelde dat de ontwikkelingsbedreiging niet langer aanwezig is en dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling daarom moet worden afgewezen met ingang van 2 april 2015. De beschikking van de rechtbank wordt voor dat deel vernietigd, terwijl de verlenging voor de periode tot 2 april 2015 wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af met ingang van 2 april 2015.