Uitspraak
de heer [bewindvoerder en mentor],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Teerling;
- [bewindvoerder en mentor].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter die een onderbewindstelling en mentorschap had ingesteld ten behoeve van appellant. De onderbewindstelling en het mentorschap waren ingesteld op verzoek van de Officier van Justitie, die appellant onder curatele wilde stellen. De kantonrechter oordeelde echter dat een minder ingrijpende maatregel volstond.
Appellant betoogde dat hij de consequenties van de maatregelen niet had overzien en zich onder druk gezet voelde. Hij wilde zelf zijn financiën beheren en zijn zorgbehoeften bepalen. Medische stukken bevestigden zijn psychiatrische problematiek, maar volgens appellant was zijn geestestoestand niet zodanig dat hij zijn belangen niet kon behartigen.
De bewindvoerder en mentor stelde dat appellant niet meewerkte, agressief was, medicatie weigerde en zijn financiële situatie niet beheerste, wat bescherming tegen zichzelf noodzakelijk maakte. Het hof nam kennis van medische rapporten waaruit bleek dat appellant schizofrenie heeft en medicatietrouw ontbreekt, met ernstige gevolgen voor zijn functioneren.
Het hof oordeelde dat appellant door zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen en dat de onderbewindstelling en het mentorschap daarom gehandhaafd moeten blijven. Het feit dat appellant in hoger beroep niet is verschenen en zijn toestemming introk, deed hieraan niet af. De beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en het mentorschap ten behoeve van appellant vanwege zijn geestelijke toestand en onvermogen zijn belangen zelfstandig te behartigen.