Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Maxwell Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante],wonende te [woonplaats],
1.[geïntimeerde],wonende te [woonplaats], Duitsland
Vestavia B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 103348/HAZA 10-663)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met producties;
- de akte ter rolle verzet wijziging van eis;
- de beslissing van de rolraadsheer van het hof van 5 februari 2013;
- de memorie van antwoord, houdende incidenteel appel tegen het tussenvonnis omtrent de bevoegdheid met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel.
3.De beoordeling
vordering van Maxwell Holding jegens [geïntimeerde]. Immers, voor de beoordeling van alle onderhavige vorderingen is allereerst de beoordeling van de (gestelde) handelwijze van [geïntimeerde] tegenover Maxwell Holding relevant.
“73 De rechtbank merkt terecht op (r.o. 4.4.) dat de vordering van Maxwell en [appellant] en [appellante] allereerst en vooral berust op wanprestatie. 74 [geïntimeerde] had een (decennialange) contractuele relatie met Maxwell. [geïntimeerde] was bestuurder van Maxwell en had met Maxwell (en niet met NHA) een arbeidsrechtelijke relatie.(…)”
“Het onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] bestaat niet slechts uit het na zijn vertrek bij Maxwell Holding beconcurreren van NHA. [geïntimeerde] handelde al tijdens zijn dienstverband met Maxwell en ook later nog als grootaandeelhouder van Maxwell, specifiek onrechtmatig jegens Maxwell.”(Daarbij merkt het hof op dat het hier, ondanks het gebruik van de term “onrechtmatig”, onmiskenbaar een onderbouwing betreft van de in nummer 73 gestelde wanprestatie.)
“een ex-werknemer”vrijelijk gebruik mag maken in een nieuwe functie.
“Het door [geïntimeerde] voorbereiden van concurrentie tijdens zijn dienstverband met Maxwell.”