ECLI:NL:GHSHE:2015:1705

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
12 mei 2015
Zaaknummer
HD200.161.964_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 5.2 pilotreglement civiele dagvaardingszaken Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg contractsbepaling en procedurele beslissing in hoger beroep tussen gemeente en ontwikkelaar

In deze civiele zaak tussen Ovile 2 B.V. en Hospitality Support Group B.V. als appellanten en de gemeente Maastricht als geïntimeerde, stond de uitleg van een contractsbepaling centraal. Het geschil betrof de vraag of er sprake was van afgebroken onderhandelingen of van een beëindiging van de samenwerking door het verstrijken van de overeenkomststermijn.

Appellanten hadden in hoger beroep nagelaten tijdig hun memorie van grieven in te dienen, waarop de rolraadsheer een akte van niet-dienen verleende. Ondanks verzoeken van appellanten om alsnog een termijn te krijgen en om pleidooi te mogen houden, handhaafde het hof de beslissing. Wel besloot het hof op grond van een recente Hoge Raad-uitspraak appellanten alsnog éénmaal in de gelegenheid te stellen de memorie van grieven in te dienen.

Het hof oordeelde dat het verzoek om pleidooi en het eerdere bezwaar van appellanten geen verdere behandeling behoeven. De zaak werd verwezen naar een nieuwe rolzitting voor het indienen van de memorie van grieven. Hiermee werd de procedure voortgezet zonder inhoudelijke beoordeling van de grieven, waarbij de contractuele uitleg bevestigde dat de samenwerking was geëindigd door het verstrijken van de looptijd.

Uitkomst: Het hof verleent appellanten alsnog een termijn voor het nemen van de memorie van grieven en verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2015.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.161.964/01
arrest van 12 mei 2015
in de zaak van

1.Ovile 2 B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
Hospitality Support Group B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. E.H.C.M. Bustamente-Oosterbroek te Hilversum,
tegen
Gemeente Maastricht,
zetelende te Maastricht,
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.M.J. Dexters te Maastricht,
op het bij exploot van dagvaarding van 7 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 9 juli 2014, gewezen tussen appellanten als gedaagden in conventie en eisers in reconventie en geïntimeerde als eiseres in conventie en verweerster in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/183221/HA ZA 13-328)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Appellanten hebben bij voormeld exploot geïntimeerde opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 januari 2015, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.
2.2.
Nadat aan appellanten in verband met de inwerkingtreding van het 'Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch' (hierna: pilotreglement) eenmaal een termijn en een gewoon uitstel was verleend voor het nemen van de memorie van grieven, hebben appellanten niet van grieven gediend.
2.3.
De rolraadsheer heeft op de rol van 24 maart 2015 ambtshalve akte van niet-dienen verleend.
2.4.
De advocate van appellanten heeft bij brief van 25 maart 2015 aangegeven dat zij niet op de hoogte was van de afwijkende termijnen in het pilotreglement en dat zij in de veronderstelling was dat de zaak op de ‘slaaprol’ zou komen. Hierop heeft zij verzocht om alsnog een termijn te geven voor het dienen van de memorie van grieven.
De advocate van geïntimeerde heeft bij brief van 26 maart 2015 tegen dit verzoek bezwaar gemaakt.
De rolraadsheer heeft geoordeeld dat de beslissing gehandhaafd blijft en de akte niet-dienen niet zal worden ingetrokken.
2.5.
Vervolgens heeft de advocate van appellanten bij H-formulier, ingediend op 2 april 2015, om een pleidooi verzocht.
2.6.
Bij brief van 3 april 2015 heeft de advocate van geïntimeerde onder meer bezwaar gemaakt tegen dit verzoek en heeft zij het hof verzocht dit verzoek niet in behandeling te nemen.
2.7.
Hierop heeft de rolraadsheer bij email van 9 april 2015 de advocate van appellanten in de gelegenheid gesteld om het pleidooiverzoek nader te motiveren, wat zij heeft gedaan bij brief van 10 april 2015. De advocate van geïntimeerde heeft bij brieven van 9 en 16 april 2015 bezwaar gemaakt.
2.8.
De advocate van appellanten heeft bij brief van 20 april 2015 verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 17 april 2015, waarop de advocate van geïntimeerde heeft gereageerd bij brief van 24 april 2015.
2.9.
Het hof heeft bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.

3.De beoordeling

Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064, zal het hof appellanten nog éénmaal in de gelegenheid stellen om alsnog de memorie van grieven te nemen op de datum zoals in het dictum vermeld. Dit heeft tot gevolg dat het door appellanten opgeworpen bezwaar en het pleidooiverzoek geen behandeling behoeven.
De advocate van geïntimeerde heeft in voormelde brief van 24 april 2015 onder meer aangegeven dat de brieven van de advocate van appellanten op grond van artikel 5.2 van het pilotreglement door het hof niet in behandeling mogen worden genomen, nu deze naar het hof zijn gestuurd nadat de zaak voor arrest stond. Het hof kan echter op grond van de leer van de bindende eindbeslissing ambtshalve terugkomen op een beslissing indien sprake is van een onjuiste juridische grondslag.

4.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2015 voor het nemen van de memorie van grieven aan de zijde van appellanten.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 mei 2015.
griffier rolraadsheer