ECLI:NL:GHSHE:2015:1809

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 mei 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
F 200.155.973_01 T2
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 198 lid 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor onderzoek in gezagsbeëindigende procedure

In deze civiele zaak betreffende een gezagsbeëindigende maatregel heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 21 mei 2015 een deskundigenonderzoek gelast. Het hof benoemde drs. R. Arends, GZ-psycholoog, als deskundige om onderzoek te doen naar de in een eerdere beschikking geformuleerde onderzoeksvragen.

De moeder, appellante in deze zaak, is verplicht mee te werken aan het onderzoek op grond van artikel 198 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De deskundige moet de moeder gelegenheid geven om te reageren op het rapport en dient eventuele gebruikmaking van informatie van derden te vermelden.

De kosten van het deskundigenonderzoek worden voorlopig begroot op € 6.237,- exclusief BTW en reiskosten en komen ten laste van de Staat. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van het deskundigenrapport, dat uiterlijk op 30 juli 2015 moet worden uitgebracht. Belanghebbenden krijgen vervolgens de gelegenheid om te reageren op het rapport.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is gegeven door de raadsheren Schaafsma-Beversluis, Bijleveld-van der Slikke en Schyns.

Uitkomst: Het hof gelast deskundigenonderzoek en benoemt een GZ-psycholoog, houdt verdere beslissingen aan en stelt kostenbegroting vast.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak : 21 mei 2015
Zaaknummer : F 200.155.973/01
Zaaknummers 1e aanleg : C/03/190473 / FA RK 14-1110
C/03/190474 / FA RK 14-1111
in de zaak in hoger beroep van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. K.E.J. Dohmen,
tegen
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, locatie [kantoorplaats],
verweerder,
hierna te noemen: de raad.
Als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt:
- de heer [de vader] (de vader van de hierna nader te noemen minderjarige [minderjarige]);
- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (hierna te noemen: de stichting);
- de heer [pleegvader] en mevrouw [pleegmoeder] (hierna te noemen: de pleegvader respectievelijk de pleegmoeder, tezamen de pleegouders).

5.De beschikking van 26 maart 2015

Bij die beschikking heeft het hof, onder aanhouding van iedere verdere beslissing het NIFP verzocht (een) deskundige(n) voor te dragen.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.
Bij e-mailbericht d.d. 7 april 2015 heeft het NIFP het hof bericht dat de heer drs. R. Arends, GZ-psycholoog, bereid is in deze zaak onderzoek te doen en te rapporteren.
6.2.
Bij e-mailbericht d.d. 9 april 2015 heeft het hof van het NIFP de offerte van de heer drs. R. Arends ontvangen.

7.De verdere beoordeling

7.1.
Het hof zal, op voordracht van het NIFP, de heer drs. R. Arends, GZ-psycholoog, domicilie kiezend te [kantoorplaats], kantoor NIFP Zuid-Holland, benoemen tot deskundige om onderzoek te doen.
7.2.
Het hof verwijst naar de onderzoeksvragen zoals opgenomen in de beschikking van dit hof van 26 maart 2015, rechtsoverweging 3.8.3.
7.3.
De advocaat van de moeder dient binnen 14 dagen nadat deze beschikking is gegeven de deskundige te voorzien van afschriften van de processtukken.
De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaat op te vragen.
De partij die informatie verschaft, dient een afschrift daarvan toe te zenden aan (de advocaat van) de wederpartij.
De deskundige wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenrapport te voegen. Indien de deskundige voor het onderzoek gebruik maakt van informatie van derden, dient hij daarvan melding te maken in het rapport.
7.4.
Het hof overweegt dat de moeder de verplichting heeft op grond van artikel 198, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mee te werken aan het onderzoek en dat als de moeder niet voldoet aan de verplichting, de rechter daaruit de gevolgtrekking maakt die hij geraden acht.
Voorts overweegt het hof dat de deskundige de te onderzoeken persoon (de moeder) de gelegenheid dient te geven opmerkingen te maken over het rapport en uit het deskundigenbericht dient te blijken dat dat is gebeurd.
7.5.
De deskundige dient het hof schriftelijk te rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek. Na binnenkomst van het rapport van de deskundige zal het hof een afschrift van dat rapport toezenden aan de (advocaten van) de moeder en de belanghebbenden en ieder van hen de gelegenheid bieden daarop te reageren.
7.6.
Het hof zal bepalen dat de kosten van het onderzoek ten laste van de Staat, ’s Rijks Kas, zullen komen. Ingevolge de overgelegde offerte zal het voorschot worden bepaald op € 6.237,-, exclusief BTW en reiskostenvergoeding. Indien de deskundige voorziet dat de kosten hoger uit gaan vallen, dient daartoe vooraf, met begroting van de meerkosten, schriftelijk toestemming van het hof te worden verkregen.
In de eindbeschikking zal een definitieve beslissing worden genomen over de betaling van de kosten.
7.7.
Het hof zal in afwachting van het deskundigenonderzoek iedere verdere beslissing aanhouden en de deskundige verzoeken uiterlijk op 30 juli 2015 het deskundigenbericht uit te brengen.
7.8.
Bij beschikking d.d. 26 maart 2015 is mr. Schaafsma-Beversluis tot raadsheer-commissaris benoemd tot wie de deskundige zich door tussenkomst van de griffie dient te wenden met (procedurele)vragen en verzoeken, indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft.

8.De beslissing

Het hof:
gelast een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de in de beschikking van 26 maart 2015 onder rechtsoverweging 3.8.3. geformuleerde vragen;
benoemt tot deskundige de heer drs. R. Arends, GZ-psycholoog, domicilie kiezend te [kantoorplaats], kantoor NIFP Zuid-Holland,
verzoekt de deskundige een onderzoek in te stellen en een deskundigenbericht uit te brengen omtrent de in de beschikking van 26 maart 2015 onder rechtsoverweging 3.8.3. omschreven onderzoeksvragen;
begroot het voorschot ter zake van de kosten van de deskundige conform de uitgebrachte offerte op € 6.237,-, exclusief BTW en reiskosten, en bepaalt dat deze kosten door de Staat (gedeeltelijk) kunnen worden voorgeschoten;
bepaalt dat in de eindbeschikking een definitieve beslissing over de betaling van de uiteindelijke kosten zal worden opgenomen;
houdt iedere beslissing aan en verzoekt de deskundige uiterlijk op
30 juli 2015het deskundigenbericht uit te brengen;
stelt belanghebbenden in de gelegenheid tot uiterlijk
13 augustus 2015te reageren op het hen toegezonden deskundigenbericht;
houdt verder iedere beslissing aan;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, M.C. Bijleveld-van der Slikke en M.L.F.J. Schyns en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2015.