ECLI:NL:GHSHE:2015:1882
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- M.G.W.M. Stienissen
- J.H.C. Schouten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schriftelijkheidsvereiste en rente bij geldleningsovereenkomst
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7A:1804 BW is voldaan met betrekking tot het rentepercentage van een geldleningsovereenkomst. Het hof bevestigt het eerdere oordeel dat geen schriftelijke vastlegging van het rentepercentage is gebleken, waardoor op grond van artikel 7A:1805 BW de wettelijke rente van toepassing is.
Financiering Maatschappij Zuid-Holland (Finmij) heeft een berekening overgelegd waaruit blijkt dat het saldo per 31 maart 2015 € 88.762,91 bedraagt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf die datum. Deze berekening is door de geïntimeerden niet betwist, zodat het hof deze als juist aanneemt.
De vordering van Finmij wordt in zoverre toegewezen, maar de gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 7.656,25 worden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en eerdere onjuiste renteberekening. Beide partijen worden als gedeeltelijk in het ongelijk gesteld beschouwd, waardoor de proceskosten worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 88.762,91 plus wettelijke rente vanaf 31 maart 2015.