Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 24 februari 2015;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 31 maart 2015.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het geschil tussen appellant, exploitant van een horecazaak, en NS Stations B.V. behandeld over de beëindiging van de huurovereenkomst en een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten op grond van artikel 7:297 BW Pro.
Het hof stelde vast dat de huurovereenkomst eindigt op 31 juni 2015, mede gelet op het dringende eigen gebruik door NS Stations en de instemming van appellant met een korte termijn. Hoewel NS Stations twijfelde aan de daadwerkelijke verhuizing van appellant, achtte het hof aannemelijk dat appellant met zijn gezin zal verhuizen en daartoe kosten zal maken.
Het hof baseerde de vergoeding op een rapport van twee makelaars/taxateurs gespecialiseerd in horeca, waarbij het bezwaar tegen de partijdigheid van het rapport was ingetrokken. Het hof wees de verhuis- en inrichtingskosten toe tot een bedrag van €35.000, waarbij het een aantal posten uit het rapport afwees wegens onvoldoende onderbouwing, zoals de kosten voor volledige herinrichting van keuken en verkoopruimte.
Daarnaast wees het hof de vordering van NS Stations af om voorwaarden te verbinden aan de vergoeding, zoals het aantonen van voortzetting van de onderneming binnen een straal van 1 kilometer. Het hof veroordeelde appellant tot ontruiming van het gehuurde op de vastgestelde datum onder dwangsom en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Huurovereenkomst eindigt op 31 juni 2015 en vergoeding van €35.000 voor verhuis- en inrichtingskosten wordt toegekend.