Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Kraimi;
- mevrouw [vertegenwoordiger gemeente] namens de gemeente.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de kinderalimentatie voor [zoon 1], geboren in 2012, vastgesteld. De man was het niet eens met de beschikking van de rechtbank Limburg over de verhaalsbijdrage ten behoeve van zijn minderjarige zoon, waarvoor de gemeente Kerkrade een uitkering verstrekte aan de moeder. Het geschil betrof met name de ingangsdatum van de alimentatie en de draagkracht van de man.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de verhaalsbijdrage terecht was vastgesteld op 2 oktober 2012, de datum waarop de gemeente de man schriftelijk op zijn onderhoudsverplichting wees. De behoefte van het kind werd vastgesteld op € 159,68 per maand in 2012, met een aangepaste behoefte van € 86,- per maand vanaf 1 januari 2014, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen van de man en een zorgkorting vanwege omgang met een ander kind.
De man had onvoldoende aangetoond dat hij voor zijn andere kinderen onderhoud betaalde, waardoor zijn draagkracht niet verder werd verdeeld. Het hof bepaalde dat de man de achterstallige onderhoudsbijdrage in maandelijkse termijnen van € 100,- mocht voldoen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde de alimentatiebedragen en betalingsregeling opnieuw vast.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast met aangepaste bedragen per periode en bepaalt een betalingsregeling voor achterstallige bijdragen.