Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De huurovereenkomst tussen appellant en Stichting Allee Wonen betrof een woning die uitsluitend door appellant mocht worden bewoond. Nadat de oorspronkelijke huurder de woning had verlaten, bleef appellant er wonen. In 2010 gaf appellant de woning echter aan een vriend in gebruik, wat in strijd was met de contractuele verplichting dat alleen appellant de woning mocht gebruiken.
De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst bij verstek en veroordeelde appellant tot ontruiming. Appellant ging in verzet en stelde dat hij de woning mocht laten gebruiken door zijn vriend op grond van artikel 7:244 BW Pro, en dat Allee Wonen op de hoogte was van het verblijf. Het hof verwierp deze stellingen wegens schending van procesorde en onvoldoende onderbouwing.
Het hof oordeelde dat de tekortkoming van appellant, het laten verblijven van een ander in de woning, de ontbinding rechtvaardigde. Het woonbelang van appellant was onvoldoende zwaarwegend, mede omdat hij de woning regelmatig niet bewoonde en onvoldoende inspanningen had verricht om een andere woning te verkrijgen.
Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt appellant tot ontruiming en proceskosten.