Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 766297 CV EXPL 13-1399)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- memorie van grieven met twee producties;
- memorie van antwoord met een productie.
3.De beoordeling
[geïntimeerde 1] vordert primair de teruggave van de auto en medewerking aan de tenaamstelling van het kentekenbewijs. Wat er ook zij met betrekking tot de vraag of [geïntimeerde 1] een overeenkomst is aangegaan en met wie: onweersproken is dat [geïntimeerde 1] de eigenaar was van de auto in kwestie. Niet is gesteld of gebleken dat hij ooit afstand van dat eigendomsrecht heeft gedaan, zodat het hof ervan uit moet gaan dat [geïntimeerde 1] nog steeds eigenaar is van de auto. Als eigenaar van de auto staat het hem vrij zijn eigendom terug te vorderen van derden die dit zonder recht of titel onder zich houden. Het hof is daarom van oordeel dat de rechtsgrond voor het gevorderde niet is gelegen in een tekortkoming in de nakoming van contractuele verplichtingen, maar in de revindicatie van eigendom. In de stellingen van [geïntimeerde 1] ligt ook voldoende besloten dat hij mede met een beroep op zijn eigendomsrecht de auto heeft teruggevorderd.