ECLI:NL:GHSHE:2015:2115
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij vader
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank die machtiging heeft verleend tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij de vader. De minderjarige staat onder toezicht van de stichting en verblijft sinds enige tijd bij de vader. De moeder betwist de noodzaak en rechtmatigheid van deze uithuisplaatsing en voert aan dat de loyaliteitsproblematiek van het kind wordt versterkt door de vader.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof de moeder, de vader en de stichting gehoord, evenals het kind in een apart verhoor. De moeder stelt dat zij als gezagsouder onvoldoende wordt erkend en vreest schadelijke gevolgen voor het welzijn van het kind. De vader en de stichting benadrukken echter dat de vader een stabielere en veiligere opvoedingssituatie biedt en dat het kind sinds de plaatsing positieve ontwikkelingen doormaakt.
Het hof overweegt dat op grond van het oude recht artikel 1:261 BW Pro (oud) de machtiging tot uithuisplaatsing terecht is verleend omdat dit noodzakelijk is in het belang van het kind. De bezwaren van de moeder betreffen vooral haar positie als gezagsouder, maar deze staan niet aan de uithuisplaatsing in de weg. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader en wijst het beroep van de moeder af.