Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De beoordeling
.
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen hadden een affectieve relatie die medio 2010 eindigde, met een gezamenlijk kind geboren in 2007. De vader heeft de Belgische nationaliteit, de moeder de Colombiaanse. De zoon woont bij de moeder in Nederland, waar hij sinds 2013 zijn gewone verblijfplaats heeft.
De rechtbank had eerder het gezag aan de moeder toegekend en verzoeken van de vader tot gezamenlijk gezag en aanpassing van de zorgregeling afgewezen. Het hof vernietigt deze beschikking en verklaart dat partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag dragen. Het hof oordeelt dat het begrip 'custodia' in Colombiaanse rechtspraak niet gelijk is aan het Nederlandse ouderlijk gezag, maar dat erkenning van Colombiaanse uitspraken leidt tot gezamenlijk gezag.
De moeder kon niet aannemelijk maken dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd wegens onaanvaardbare risico's voor het kind. Partijen bereikten overeenstemming over een standaard zorgregeling, maar het hof geeft hen gelegenheid om nadere afspraken te maken over specifieke punten. Het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie wordt aangehouden wegens onvoldoende gegevens, met een termijn voor het aanleveren van stukken en reacties. De verdere behandeling wordt pro forma aangehouden tot 16 juli 2015.
Uitkomst: Partijen dragen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun zoon; verdere behandeling zorgregeling en alimentatie wordt aangehouden.