Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 839553/253 CV EXPL 12-6321)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
3.De beoordeling
“Rayon West en kantoorhoudend vanaf het huisadres”van [appellant]. Daarnaast is in de betreffende arbeidsovereenkomst het volgende opgenomen.
Op basis van alle tijdens deze procedure ingebrachte informatie is de Raad van oordeel dat in voldoende mate aannemelijk is geworden dat partijen in een conflictsituatie zijn beland. Partijen twisten echter over de oorzaak die tot deze conflictsituatie heeft geleid en mede tot gevolg heeft dat u (APN, hof) de arbeidsverhouding thans wenst te beëindigen. Wat de oorzaak ook moge zijn, vast is komen te staan dat partijen vanaf januari 2011 in een conflictsituatie zijn geraakt en tot op heden niet in staat zijn gebleken om uit deze impasse te komen, ook niet met behulp van een mediator. Ofschoon werknemer van mening is dat niet kan worden gesteld dat de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord, is de Raad van oordeel dat, gelet op de periode dat deze conflictsituatie reeds voortduurt, in voldoende mate aannemelijk is geworden dat er sprake is van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsrelatie.”