Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 338297 \ CV EXPL 12-2132)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de schadevergoeding centraal die het schildersbedrijf vordert wegens niet-nakoming van een overeenkomst door Vastgoed B.V. Het geschil betreft twee projecten waarbij het schildersbedrijf werkzaamheden zou verrichten, maar bij het tweede project werd de opdracht kort voor aanvang ingetrokken.
De kantonrechter kende een deel van de vordering toe voor het eerste project, maar wees de schadevergoeding voor het tweede project af omdat onvoldoende was aangetoond dat het schildersbedrijf meer schade had geleden dan het reeds ontvangen voorschot. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de schade moet worden berekend door vergelijking van de hypothetische situatie waarin de overeenkomst wel was uitgevoerd met de feitelijke situatie.
Daarnaast vorderde het schildersbedrijf vergoeding voor beschadigde gereedschappen die bij teruggave in onbruikbare staat zouden zijn, maar het hof oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor de gestelde waarde en de staat van de zaken. De proceskosten van het hoger beroep worden aan het schildersbedrijf opgelegd. Het hof wijst alle overige vorderingen af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de schadevorderingen van het schildersbedrijf af wegens onvoldoende onderbouwing.