Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Machinery] Machinery v.o.f.,gevestigd te [vestigingsplaats 1],
[appellante 2],wonende te [woonplaats],
[appellante 3],wonende te [vestigingsplaats 1],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/176543/HA ZA 08-1150)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep (met wijziging van de eis in reconventie);
- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis (met producties);
- de memorie van antwoord (met producties);
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 18 mei 2015 door [appellanten] toegezonden producties HB 15 tot en met HB 22 en bij brieven van 21 mei 2015 en 3 juni 2015 door Borusan toegezonden productie 69 respectievelijk vertaling van die productie, die de partijen bij het pleidooi bij akte in het geding hebben gebracht.
3.De beoordeling
- voor recht werd verklaard dat Borusan eigenaar was en is gebleven van de Cat966 en de Cat140 en dat [appellanten] terzake de afgifte van deze machines geen vordering jegens Borusan konden doen gelden;
- [appellanten] werd verboden om enige aanspraak op de door Borusan verstrekte bankgarantie te doen en [appellanten] werd gelast die garantie aan Borusan te retourneren;
werden voorts veroordeeld in de proceskosten van het geding in conventie.
A person who has taken over the possession of a movable property with the intention tob e the owner, will become the new owner of such movable property if he acted in good faith even if the transferor had no right to transfer the ownership provided that the relevant rules of law applicable in respect of possession allow transfer of ownership of such a movable to a bona fide transferee.- ondanks beschikkingsonbevoegdheid van de verkoper eigendom had verkregen omdat hij te goeder trouw het bezit daarvan had verkregen.
that the relevant rules of law applicable in respect of possession allow transfer of ownership’.
‘de voor de vordering in conventie en een gedeelte van de reconventie wezenlijke gebeurtenissen zich in Turkije hebben voorgedaan op tijdstippen dat de 966H en de 140H zich nog op het grondgebied van Turkije bevonden’en vervolgde dat Turks recht diende te worden gevolgd ‘
zowel bij de beoordeling van de koopovereenkomst tussen [bedrijf 4] en [appellanten] (art. 4 EVO Pro) als voor de goederenrechtelijke verhoudingen tussen Borusan, [bedrijf 4] en [appellanten] (art. 2 Wet Pro conflictenrecht goederenrecht’.
lex rei sitae). Naar dat recht dient ingevolge lid 4 van voormelde bepaling onder meer te worden beoordeeld of een zaak vatbaar is voor de overdracht van de eigendom ervan en welke vereisten aan een overdracht worden gesteld.
lex rei sitae, zodat dit recht de vordering van Borusan tot revindicatie van de Cat966 en de Cat140 beheerst (concl.v.antw.conv. sub 13). Meer in het bijzonder heeft [Machinery] als volgt gesteld:
“Zowel [Machinery] als Borusan is van mening dat op beoordeling van de vordering Turks recht van toepassing is. Dat geldt voor de verbintenisrechtelijke aspecten én voor de goederenrechtelijke aspecten. Naar Nederlands internationaal privaatrecht wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het meest nauw verbonden is (artikel 4 EVO Pro). Vermoed wordt dat dit het land is waar de kenmerkende prestant zijn gewone verblijfplaats heeft. Bij een koopovereenkomst is dat de verkoper. (…) Volgens artikel 2 van Pro de Wet Conflictenrecht Goederenrecht wordt het goederenrechtelijk regime met betrekking tot de zaak beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt. Bij een beding als C & F Holland gaat eigendom en risico over op de koper bij aflevering in de vertrekhaven of laden op de vrachtwagen. Ook dit leidt tot toepasselijkheid van Turks recht.”.
lex rei sitaemoet worden gezien. De (volgens [appellanten] nog niet in Turkije geleverde) Cat966 werd vervoerd en had als bestemming Nederland; voor deze machine volgt de toepasselijkheid van het Nederlandse recht volgens [appellanten] uit artikel 8 Wcg Pro (thans artikel 10:133 lid 1 BW Pro). [appellanten] leidt hieruit af dat naar Nederlands recht meer in het bijzonder moet worden beoordeeld (1) welke gevolgen dienen te worden verbonden aan de beschikkingsonbevoegdheid van [bedrijf 4] en (2) of in verband met de eigendomsoverdracht van de machines vormvoorschriften moeten worden nageleefd.
“[bedrijf 4] heeft de twee machines (…) verkocht onder de leveringsbepaling C & F Holland. Dat is iets anders dan de INCOTERM 2000 “CFR”.”). [appellanten] hebben niet toegelicht wat hun heeft bewogen om terug te komen op deze laatste opvatting en, meer in het algemeen, op hun feitelijke stelling dat levering in Turkije was overeengekomen. Dit terugkomen kan wellicht worden verklaard door de thans door [appellanten] voorgestane toepasselijkheid van het Nederlandse recht, maar het wordt daardoor niet afdoende onderbouwd. Nu [appellanten] onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld voor hun nadere stelling ten aanzien van de tussen hen en [bedrijf 4] overeengekomen plaats van levering van de machines, komt het hof aan een bewijsopdracht op dit punt niet toe.
ten tijde van die verkrijgingbevond. Het hof zal op deze kwestie terugkomen bij de bespreking van grief III, die betrekking heeft op de (al dan niet) goede trouw van [Machinery].
- dat machines als de Cat966 en de Cat140 vallen onder de definitie van vervoermiddelen/ voertuigen;
‘Andere formaliteiten m.b.t. de registratie’, onder het opschrift
‘Verkoop en Overdracht’. In het desbetreffende artikel is het volgende bepaald:
“Artikel 36 – Bij verkoop en overdracht van voertuigen gelden de hieronder vermelde regels. Verkoop en overdracht moeten geschieden bij de notaris. Alle verkopen en overdrachten die niet bij de notaris worden gedaan, zijn ongeldig.(…)Verkoop en overdracht bij de notaris:a. Bij verkoop en overdracht waarbij wordt uitgegaan van het registratiebewijs moet in het daarvoor bestemde gedeelte van het registratiebewijs de datum van verkoop en overdracht worden ingevuld en gelegaliseerd.