De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheft van het gezag over haar zoon, die sinds 2011 uithuisgeplaatst is en sinds 2013 bij pleegouders woont.
De moeder voert aan dat zij positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en dat het perspectief van haar zoon bij haar zou moeten liggen, terwijl de rechtbank oordeelde dat zij ongeschikt is om haar opvoedplicht te vervullen en dat het belang van het kind zich niet tegen ontheffing verzet.
Het hof overweegt dat ondanks de positieve stappen van de moeder, zij niet tijdig een stabiele opvoedsituatie heeft kunnen creëren, waardoor het perspectief van het kind bij de pleegouders ligt. Het belang van het kind bij continuering van de huidige stabiele situatie weegt zwaarder dan het belang van de moeder.
Een nieuw onderzoek naar thuisplaatsing wordt niet noodzakelijk geacht omdat dit onrust zou veroorzaken en de huidige situatie het welzijn van het kind bevordert. Het hof bekrachtigt de beschikking en benadrukt het belang van goed contact tussen moeder en kind ondanks de ontheffing van het gezag.