Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 646514 CV EXPL 11-1393)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord met een productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen SPC en Konsonant over de huurprijs en onderhoudsverplichtingen van bedrijfsruimte aan een adres in Nederland. SPC betwistte dat zij verantwoordelijk was voor groot onderhoud en voerde aan dat Konsonant tekort was geschoten in haar onderhoudsverplichtingen. Konsonant stelde dat partijen in 2001 een afwijkende afspraak hadden gemaakt dat SPC alle onderhoudskosten zou dragen, bevestigd in een brief van 26 januari 2004.
De kantonrechter stelde vast dat SPC inderdaad alle onderhoudskosten draagt en dat de huurprijs dienovereenkomstig moest worden aangepast. SPC voerde meerdere grieven aan in hoger beroep, waaronder dat het verzoek tot huurprijsaanpassing te vroeg was ingediend en dat het verplichte overleg ontbrak, maar het hof verwierp deze grieven. Daarnaast voerde SPC aan dat het aanvullend rapport van de BHAC onbruikbaar was wegens procedurele fouten, maar ook dit werd door het hof verworpen.
Het hof oordeelde dat het bewijs, waaronder partijgetuigenverklaringen en de brief van 26 januari 2004, voldoende was om de afspraak over onderhoudskosten vast te stellen. SPC kon het bewijs niet ontzenuwen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees de reconventionele vordering van SPC af en veroordeelde SPC in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat SPC alle onderhoudskosten draagt en stelt de huurprijs vast, waarbij SPC in reconventie faalt en in de proceskosten wordt veroordeeld.