De ouders van [zoon 1] zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die hun zoon onder toezicht stelde vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De ouders betwisten de noodzaak van de ondertoezichtstelling en wijzen op verbeteringen in het gezin en de situatie van [zoon 1].
Het hof heeft vastgesteld dat ondanks positieve ontwikkelingen, zoals aanmelding bij een nieuwe school en intake bij een behandelinstituut, de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van [zoon 1] nog niet is weggenomen. De noodzakelijke zorg en hulpverlening, waaronder agressieregulatie-training, moeten nog worden ingezet.
Daarom bekrachtigt het hof de ondertoezichtstelling voor een verkorte periode van negen maanden tot 12 november 2015 en wijst het verzoek tot verlenging daarna af. Het hof benadrukt de coöperatieve houding van de ouders en verwacht dat zij tegen die tijd de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding kunnen dragen.