Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Van Wijk;
- de man, bijgestaan door mr. Verfuurden.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden bij beschikking van 22 juli 2003, waarbij de man een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw moest betalen. De rechtbank Oost-Brabant wijzigde deze bijdrage per 1 februari 2013 naar nihil. De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep en vorderde een bijdrage van €3.055,27, terwijl de man incidenteel appel instelde en de ingangsdatum van de wijziging wilde terugbrengen naar 29 augustus 2006.
Het hof oordeelt dat er voldoende wijziging van omstandigheden is om de alimentatie te herzien, maar bevestigt de ingangsdatum van 1 februari 2013, de eerste dag na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw. De man heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij vanaf 2006 op de hoogte was van het vermogen van de vrouw en heeft pas vanaf 2013 de alimentatie ter discussie gesteld.
Verder stelt het hof vast dat de vrouw geen lijfrente-uitkering heeft ontvangen en dat zij haar vermogen, inclusief erfenisbedragen, heeft gebruikt om in haar levensonderhoud te voorzien. De aanvullende behoefte wordt vastgesteld op circa €2.967 per maand. Gezien haar financiële situatie wordt de vrouw niet gehouden tot terugbetaling van reeds ontvangen alimentatie. De beschikking van 26 augustus 2014 wordt gedeeltelijk vernietigd en de alimentatiebijdrage van de man wordt aangepast.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw wordt vastgesteld op €2.967 per maand met ingang van 1 februari 2013.