Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1],
[appellante 2],
9.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 november 2014;
- de antwoordakte van [appellant 1].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de toepassing van de Wet op het consumentenkrediet (Wck) centraal, waarbij appellanten in hoger beroep stelden dat LaSer Nederland B.V. niet voldeed aan de wettelijke vereisten voor vervroegde opeisbaarheid van de lening. Het hof onderzocht ambtshalve de toepasselijkheid van de Wck en de vraag of aan de voorwaarden voor ingebrekestelling was voldaan.
Het hof oordeelde dat de correspondentie tussen partijen niet voldeed aan de eisen van een ingebrekestelling zoals bedoeld in de Wck, maar dat het deurwaardersexploot van 24 juni 2014 wel als zodanig kon worden aangemerkt. Op die datum waren appellanten meer dan twee maanden in verzuim en werd hen een redelijke termijn gesteld om de achterstand te voldoen, met de waarschuwing dat anders het gehele krediet opeisbaar zou worden.
De rechtbank vernietigde het eerdere vonnis voor zover appellanten waren veroordeeld tot betaling van een hoger bedrag inclusief kredietvergoeding over termijnen die nog niet vervallen waren. Het hof berekende de contante waarde van de schuld opnieuw, waarbij de niet verdiende kredietvergoeding werd afgetrokken, en veroordeelde appellanten tot betaling van €21.802,46 plus wettelijke rente vanaf 8 juli 2014. Verder werden de proceskosten aan appellanten opgelegd en werd het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellanten worden veroordeeld tot betaling van €21.802,46 plus wettelijke rente vanaf 8 juli 2014, met vernietiging van het eerdere hogere bedrag.