Partijen zijn in 2000 gehuwd en de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 15 september 2014 de echtscheiding uitgesproken en een partneralimentatie van € 94,- per maand vastgesteld ten gunste van de vrouw.
De man is in hoger beroep gekomen en betwist de draagkracht om deze bijdrage te voldoen. Het hof heeft de financiële situatie van de man onderzocht, waarbij rekening is gehouden met zijn bruto-inkomen, heffingskortingen, woonlasten, ziektekosten, en aflossing van schulden.
Na aftrek van alle noodzakelijke lasten en schulden blijkt dat de man geen draagkracht heeft om een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te betalen. De behoefte van de vrouw van minimaal € 250,- per maand staat niet ter discussie.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank voor zover deze de alimentatie betreft en wijst het verzoek van de vrouw af. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.