Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 7 april 2015;
- de akte na tussenarrest van [geïntimeerde];
- de antwoordakte na tussenarrest van Pyton.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of verrekening mogelijk was tussen een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en een vordering uit onverschuldigde betaling. De arbeidsovereenkomst van de geïntimeerde eindigde op 1 september 2012. Zij stelde dat haar beroep op kennelijk onredelijke beëindiging als verweermiddel kon dienen tegen de terugvordering van Pyton Communication Services B.V., die onverschuldigd betaalde bedragen wilde terugvorderen.
Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van zes maanden voor de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag was verstreken voordat de vordering uit onverschuldigde betaling ontstond. Hierdoor was verrekening uitgesloten. De grief van de geïntimeerde betreffende kennelijk onredelijk ontslag behoefde daarom geen inhoudelijke beoordeling.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover Pyton was veroordeeld tot betaling van bepaalde bedragen, maar wees wel de vordering toe voor 81,5 niet genoten verlofuren en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd de geïntimeerde veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen aan Pyton, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden aan de geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: Verrekening is niet mogelijk wegens verjaring; vordering voor niet genoten verlofuren en incassokosten wordt toegewezen; geïntimeerde moet teveel betaalde bedragen terugbetalen met rente.