Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/203075/KG ZA 15-102)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties, tevens houdende een incidentele vordering tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van voormeld vonnis in kort geding;
- de antwoordmemorie in het incident, tevens memorie van antwoord met producties;
- de brief van mr. Carli van 9 juli 2015.
3.De beoordeling
De vader heeft [de dochter] erkend. De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [de dochter] .