Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad. (zaak nr. 12/04388)
2.Het geding na verwijzing.
3.De beoordeling
3. Partijen komen overeen dat de man de vrouw maandelijks – bij vooruitbetaling te voldoen – een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen betaalt. De hoogte van de kinderalimentatie zal aan de hand van de wettelijke normen nog nader worden vastgesteld.(…)
4. De vrouw wenst geen aanspraak te maken op partneralimentatie dit in verband met de tussen partijen getroffen financiële regeling en doet hierbij definitief afstand van het recht op eventuele partneralimentatie, derhalve ook voor de toekomst.
aan de hand van de wettelijke normen(onderstreping hof). In artikel 4 is Pro bepaald dat de vrouw geen aanspraak maakt op partneralimentatie,
dit in verband met de tussen partijen getroffen financiëleregeling (onderstreping hof). Nu met betrekking tot de kinderalimentatie nog geen afspraken waren gemaakt en deze bovendien conform de wettelijke maatstaven zou worden vastgesteld, valt niet in te zien hoe de afstand van partneralimentatie verband kan houden met de kinderalimentatie zoals de man heeft gesteld.