ECLI:NL:GHSHE:2015:3590

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 september 2015
Publicatiedatum
15 september 2015
Zaaknummer
HD 200.148.556_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijs van identiteit van een in beslag genomen auto en de gevolgen van dwaling en bedrog bij de koopovereenkomst

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellant], een handelaar uit Polen, tegen [geïntimeerde], een eenmanszaak gevestigd in Nederland, over de koop van een Volkswagen Transporter T5. De appellant heeft de auto op 16 maart 2010 gekocht voor € 8.000,-, maar deze werd op 11 december 2010 door de Duitse politie in beslag genomen. De appellant stelt dat de auto omgekat was en dat hij deze van [geïntimeerde] heeft gekocht zonder te weten dat het voertuig gestolen was. De rechtbank Oost-Brabant heeft in eerste aanleg geoordeeld dat niet voldoende bewijs was geleverd dat de auto van diefstal afkomstig was en heeft de vordering van de appellant afgewezen.

In hoger beroep heeft de appellant drie grieven ingediend en verzocht om vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Het hof heeft vastgesteld dat er voldoende feiten zijn die kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van wederzijdse dwaling. Het hof heeft de appellant in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren dat de in beslag genomen auto dezelfde is als de auto die hij van [geïntimeerde] heeft gekocht. Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol voor het opgeven van getuigen en verhinderdata, en heeft verdere beslissingen aangehouden.

De uitspraak van het hof benadrukt het belang van bewijs in zaken van dwaling en bedrog, vooral in het kader van de koop van voertuigen. De appellant moet nu aantonen dat de auto die door de Duitse politie in beslag is genomen, dezelfde auto is die hij heeft gekocht. Het hof heeft de procedure voortgezet door getuigen te horen en verdere stappen te bepalen voor de bewijsvoering.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.148.556/01
arrest van 15 september 2015
in de zaak van
[appellant] ,handelend onder de naam
“ [handelsnaam] ”,
wonende te [woonplaats] (Polen),
appellant,
advocaat: mr. P. Kowalczyk te Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,handelend onder de eenmanszaak
[geïntimeerde] ”,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. H.A.M.J. Loeffen te Geldrop,
op het bij exploot van dagvaarding van 7 maart 2014 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, kanton Eindhoven gewezen vonnis van 19 december 2013 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

1.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • voornoemde dagvaarding van 7 maart 2014;
  • de memorie van grieven, waarbij producties zijn overgelegd;
  • de memorie van antwoord, waarbij een productie is overgelegd;
  • de akte overlegging producties waarbij [appellant] producties heeft overgelegd;
  • de antwoordakte.
Vervolgens is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

2.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 874019 rolnr. 13-877)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

3.De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4.De beoordeling

4.1
Het hof gaat in deze zaak uit van de volgende vaststaande feiten.
a. Op 16 maart 2010 heeft [appellant] van [geïntimeerde] een auto gekocht voor € 8.000,-. Het betreft een VW Transporter T5, datum eerste toelating 7 september 2007, kleur zwart, met chassisnummer [chassisnummer 1] , gekentekend [kenteken 1] (hierna de auto). De auto had voorschade.
b. [appellant] heeft de auto uitgevoerd naar Polen en is hiervoor bij de RDW geweest. Het kentekenbewijs van de auto bevat een stempel waarin is vermeld “RDW 16 maart 2010 uitvoer”.
c. Op 11 december 2010 is [appellant] aan de Pools/Duitse grens door Duitse politie aangehouden. Hij reed toen in een auto VW Transporter T5 2.5 TDI, kleur zwart, FIN [chassisnummer 1] die door de Duitse politie in beslag is genomen. Deze auto is door de Duitse Politie overgedragen aan Delta Lloyd.
d. Een bij memorie van grieven als productie 7 overgelegd “Resultaat identiteitsonderzoek” houdt, voor zover relevant, het volgende in:
“(…)
Politie Utrecht
Forensische Opsporing
Voertuigcriminaliteit
Resultaat identiteitsonderzoek
Op 9 juni 2011 werd door mij, [rechercheur 1] , technisch rechercheur forensische opsporing, een onderzoek ingesteld naar de juiste identiteit van het volgende voertuig:
Soort voertuig : bestelauto
Merk : Volkswagen
Type : Transporter
(…)
VIN : [chassisnummer 1]
(…)
De identiteit van de auto was niet juist. De juiste identiteit is:
Soort voertuig : bestelauto
Merk : Volkswagen
Type : Transporter
(…)
VIN : [chassisnummer 2] (…)”.
e. Een e-mailbericht van 5 maart 2014 10:21 afkomstig van [rechercheur 2] @polizei.bund.de (productie 6 memorie van grieven) houdt, voor zover relevant, het volgende in:
“(…)
Mr [appellant] was stopped and checked as the driver of a VW T5 with Polish numberplates [kenteken 2]. While comparing the data of the registration document with the data that were affixed to the vehicle, manupulations were discoverd.
The affixed vehicle identification number (VIN), [chassisnummer 1] , didn’t match the type face of the manufacture VW. Even the appearance was unusual. The single digits were very corroded.
The affixed type plate didn’t match the standards of the maufacturer VW (…) It was a forgery.
Through other data carriers at the vehicle the original vehicle identification number of the T5 was discovered. It is [chassisnummer 2] (…) A data base check (…) revealed a police record by the Dutch police from 03.03.2008. (…) Later the legitimate owner Delta Lloyd became apparent. (…)
Further investigations revealed that the vehicle T5 had an serious accident in Belgium in July 2008. The car was classified as a total loss.
(…)
Fourth question:
The original VIN is [chassisnummer 2] (…)”.
f. De door de Duitse politie in beslag genomen auto is door Delta Lloyd op 7 juli 2011 verkocht aan De Witte Lantaarn B.V. voor € 16.250,-.
4.2
[appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd, zakelijk weergegeven:
1. primair vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling en/of bedrog;
2. en tevens althans subsidiair ontbinding van de koopovereenkomst op grond van wanprestatie;
3. verklaring voor recht dat [geïntimeerde] schadeplichtig is jegens [appellant] ;
4. veroordeling van [geïntimeerde] om aan [appellant] te betalen de door hem geleden en te lijden schade, op te maken bij staat, met de wettelijke rente vanaf de dag dat deze ingevolge de wet is verschuldigd;
5. veroordeling van [geïntimeerde] om aan [appellant] als voorschot te betalen € 16.250,- althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, met de wettelijke rente daarover vanaf 2 mei 2010;
6. veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding.
De rechtbank heeft geoordeeld dat genoegzaam vaststaat dat de door [appellant] van [geïntimeerde] gekochte auto door de Duitse politie in beslag is genomen, maar dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat die auto van diefstal afkomstig is en het chassisnummer daarvan is vervalst. De vordering is vervolgens afgewezen met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding.
4.3
Bij memorie van grieven heeft [appellant] onder het voordragen van drie grieven geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van 19 december 2013 en gevorderd dat het hof, samengevat:
1. primair op grond van dwaling en/of bedrog de koopovereenkomst zal vernietigen;
2. subsidiair de koopovereenkomst op grond van wanprestatie zal ontbinden;
alsmede
3. voor recht zal verklaren dat [geïntimeerde] ter zake de gevolgen van zijn wanprestatie schadeplichtig is jegens [appellant] voor de door hem geleden schade;
en voorts alles met:
4. veroordeling van [geïntimeerde] om ter zake voormeld geleden en te lijden materiële/immateriële schade aan [appellant] te betalen € 16.250,- althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 2 mei 2010;
6. veroordeling van [geïntimeerde] om aan [appellant] terug te betalen hetgeen hij ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf het moment van betaling;
7. veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten in beide instanties.
[geïntimeerde] bestrijdt de vordering en heeft geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep, te verhogen met nakosten en wettelijke rente.
4.4
Het hof zal recht doen op hetgeen [appellant] in dit hoger beroep heeft gevorderd. Die vordering is op enkele kleine onderdelen anders dan zijn vordering in eerste aanleg. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling.
4.5
Krachtens art. 3:44 lid 3 BW is bedrog aanwezig bij enige opzettelijke daartoe gedane onjuiste mededeling of door het opzettelijk verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen of door een andere kunstgreep. Wat dat betreft heeft [appellant] niet meer gesteld dan dat [geïntimeerde] als professionele verkoper ervan op de hoogte had moeten zijn dat het omkatten van auto’s een veelvoorkomend probleem is en dat dit in dit geval makkelijk was te ontdekken. Hij heeft aldus, bezien in het licht van het feit dat de auto is afgemeld bij de RDW alhier, in Polen is gerepareerd en bij de betreffende Poolse autoriteiten ter (kenteken)registratie is aangeboden zonder dat iemand heeft opgemerkt dat de auto zou zijn omgekat, onvoldoende feiten aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat [geïntimeerde] hetzij opzettelijk een onjuiste mededeling heeft gedaan, dan wel enig feit opzettelijk heeft verzwegen dat [geïntimeerde] had moeten mededelen dan wel dat sprake is van een andere kunstgreep aan de zijde van [geïntimeerde] . Voor zover de vordering is gegrond op bedrog, moet deze dan ook worden afgewezen.
4.6
[appellant] heeft voldoende feiten aangevoerd die, indien zij juist zijn, in elk geval kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is geweest van wederzijdse dwaling in de zin van art. 6:228 lid 1 aanhef en onder c BW, zodat het hof in elk geval nader onderzoek dient te doen of voldoende feiten kunnen worden vastgesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van dwaling.
4.7.1
De stelling van [appellant] brengt met zich dat de auto al in Nederland moet zijn omgekat. [geïntimeerde] betwist dat hij een omgekatte en/of gestolen auto heeft verkocht. [geïntimeerde] voert daartoe aan dat een zekere [koper] de auto in Duitsland heeft gekocht toen deze nog een Duits kenteken had. [koper] heeft de auto in Nederland ingevoerd en laten voorzien van een Nederlands kenteken. De auto is betrokken geraakt bij een ongeluk en [koper] heeft de auto toen als schadeauto verkocht aan [geïntimeerde] . Die auto, met chassisnummer [chassisnummer 1] (productie 1 conclusie van antwoord. Het hof merkt op dat daar waar in dit chassisnummer een B staat, in de andere stukken een 8 is vermeld) heeft [geïntimeerde] weer verkocht aan [appellant] die de auto heeft uitgevoerd naar Polen. Het valt niet uit te sluiten, aldus [geïntimeerde] , dat de door de Duitse politie in beslag genomen auto niet de auto is die door hem aan [appellant] is verkocht. Kort gezegd betekent dit dat [geïntimeerde] niet uitsluit dat de door hem aan [appellant] verkochte auto na de verkoop is “gebruikt” om een gestolen VW Transporter om te katten.
4.7.2
Aan de betwisting door [geïntimeerde] van de stelling van [appellant] dat hij van [geïntimeerde] een gestolen auto heeft gekocht, kan niet zonder meer worden voorbijgegaan. Het is namelijk zonder nadere door [appellant] te geven toelichting, die ontbreekt, niet onmiddellijk aannemelijk dat het reeds omgekat zijn van de auto niet zou zijn ontdekt bij:
  • of de aanmelding van uitvoer in Nederland bij de RWW;
  • of bij de invoer in Polen (zie nr. 7 onder “Feiten” in de memorie van grieven);
  • of tijdens de reparatie in Polen;
  • of bij de aanbieding in Polen ter verkrijging van een kentekenbewijs aldaar, omdat het niet onwaarschijnlijk is dat feitelijk onderzoek naar dit chassisnummer wordt gedaan omdat dit wordt vermeld op het kentekenbewijs.
Het hof weegt hierbij mee het feit dat bij een kennelijke routinecontrole (nr. 7 dagvaarding in eerste aanleg) aan de Pools/Duits grens een Duitse verbalisant zonder meer manipulaties ontdekt bij vergelijking van registratiegegevens met de gegevens aangebracht in de auto (zie r.o. 4.1 sub e). Verder is van belang dat er sprake is van tamelijk groot tijdsverloop tussen de verkoop van de auto aan [appellant] op 16 maart 2010 en de routinecontrole op 11 december 2010. Dit geldt ook voor het tijdsverloop tussen de datum van aankoop op 16 maart 2010 en de datum van de kennelijke registratie van de auto in Polen op 28 april 2010 (prod. 4 memorie van grieven).
Dit betekent dat [appellant] dient te bewijzen dat de op 11 december 2010 door de Duitse politie in beslaggenomen auto, dezelfde, maar dan gerepareerde, auto is die [geïntimeerde] aan hem heeft verkocht op 16 maart 2010. Het hof zal hem, gelet op zijn bewijsaanbod (nr. 14 memorie van grieven en nr. 23 dagvaarding in eerste aanleg) hiertoe in de gelegenheid stellen.
4.8
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5.De uitspraak

Het hof:
laat [appellant] toe te bewijzen dat de door de Duitse politie op 11 december 2010 onder hem in beslag genomen VW-Transporter, dezelfde auto is als hij, [appellant] , van [geïntimeerde] heeft gekocht op 16 maart 2010;
bepaalt, voor het geval [appellant] bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. M. van Ham als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van 6 oktober 2015 voor opgave van het aantal getuigen (zijdens [appellant] ) en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest (zijdens beide partijen);
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van [appellant] tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. van Ham, J.R. Sijmonsma en J.H.C. Schouten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 september 2015.
griffier rolraadsheer