ECLI:NL:GHSHE:2015:3651
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Appellant was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die op 4 maart 2013 werd uitgesproken. De rechtbank beëindigde deze regeling tussentijds op verzoek van de bewindvoerder omdat appellant zijn verplichtingen niet naar behoren nakwam, onder meer door het niet verstrekken van loonstroken en het niet naleven van zijn sollicitatieplicht.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zijn bewindvoerder wel degelijk had geïnformeerd en niet in het bedrijf van zijn partner had gewerkt. Hij erkende echter dat hij tussen juni 2014 en maart 2015 niet had gesolliciteerd, ondanks dat de sollicitatieplicht onverkort van kracht was. Tevens gaf hij toe zijn bewindvoerder niet te hebben voorzien van een belangrijke UWV-rapportage.
De bewindvoerder stelde dat door het ontbreken van essentiële informatie, zoals inkomensgegevens en bankafschriften, hij niet in staat was de boedelafdracht te berekenen, waardoor schuldeisers werden benadeeld. Het hof oordeelde dat appellant bewust en verwijtbaar handelde door zijn verplichtingen niet na te komen, onder meer door onbetaald te werken in het bedrijf van zijn partner zonder dit correct te melden.
Gelet op de ernst en het aantal tekortkomingen, en het feit dat appellant bewust zijn schuldeisers heeft benadeeld, zag het hof geen grond voor verlenging van de regeling en bekrachtigde het de tussentijdse beëindiging door de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en benadeling van schuldeisers.