Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 8 september 2014;
- de brief met bijlagen van de stichting d.d. 19 december 2014.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die een machtiging verleende voor de uithuisplaatsing van haar zoon in een 24-uurs pleeggezin. De moeder betwistte de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelde dat zij voldoende opvoedvaardigheden bezit en dat de veiligheid van haar zoon niet in het geding is.
De stichting voerde aan dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege de onvoorspelbare en onstabiele opvoedsituatie veroorzaakt door persoonlijke problemen van de moeder en de hevige ex-partnerstrijd tussen de ouders, die een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de zoon. Het hof stelde vast dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van de zoon ernstig werd bedreigd en dat de uithuisplaatsing in een neutraal pleeggezin noodzakelijk was.
Het hof nam kennis van de positieve ontwikkeling van de zoon in het pleeggezin en de vermindering van spanningen tussen de ouders. Het lopende Oriëntatie en Observatietraject moet duidelijkheid geven over de meest geschikte opvoedingssituatie. De moeder is onvoldoende in staat een stabiel en veilig opvoedklimaat te bieden, wat wordt bevestigd door observaties van de stichting Hoek.
Het verzoek van de moeder om mediation werd afgewezen omdat de problematiek in de partnerrelatie reeds wordt meegenomen in de bestaande hulpverleningstrajecten. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.