Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- voornoemde dagvaarding van 27 september 2013;
- de memorie van grieven, waarbij producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de kentekenhouder aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die voortvloeit uit het zogenaamde narisico van de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM), wanneer het motorrijtuig niet verzekerd was. De zaak betrof een botsing waarbij de auto, die op naam van de geïntimeerde stond, was betrokken terwijl deze niet verzekerd was. De verzekeraar ZLM had de schade aan de tegenpartij vergoed en vorderde vervolgens verhaal op de kentekenhouder.
De rechtbank wees de vordering tegen de kentekenhouder af, omdat zij meende dat de verzekeringsplicht niet strekte tot bescherming van de verzekeraar. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de kentekenhouder onrechtmatig heeft gehandeld door geen verzekering af te sluiten, waardoor de verzekeraar schade moest vergoeden die anders door de kentekenhouder had moeten worden gedekt.
Het hof benadrukte dat de kentekenhouder met een rijbewijs bekend moet zijn met de verzekeringsplicht en dat het niet verzekeren van het voertuig in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens de verzekeraar. Het hof wees ook op de norm dat een opvolgend kentekenhouder direct een WAM-verzekering moet afsluiten om het narisico te voorkomen. De vordering van ZLM werd daarom toegewezen, met veroordeling van de kentekenhouder tot betaling van de schade, rente en kosten.
Uitkomst: De kentekenhouder is aansprakelijk voor het narisico van de WAM en dient de schade aan de verzekeraar te vergoeden.