Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
stipthouden aan de verplichtingen. (…)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was sinds 2011 onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die in 2014 met een jaar werd verlengd. De rechtbank oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn verplichtingen, waaronder het niet tijdig verstrekken van belangrijke informatie en het ontstaan van een boedelachterstand en nieuwe schuld aan de Belastingdienst. Hierdoor werd geen schone lei verleend.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de boedelachterstand gedeeltelijk had ingelopen en dat zijn nieuwe partner bereid was de resterende schuld te voldoen. Tevens voerde hij traumatische privéomstandigheden aan als reden voor zijn tekortkomingen en overhandigde een plan van aanpak en schenkingen van zijn zonen.
De bewindvoerder betwistte de haalbaarheid van het plan en stelde dat schenkingen niet voor boedelaflossing kunnen worden gebruikt. Het hof oordeelde dat appellant zijn informatieverplichtingen niet naar behoren was nagekomen, nieuwe en bovenmatige schulden had laten ontstaan en een aanzienlijke boedelachterstand had. Schenkingen van derden kunnen de boedelachterstand niet aflossen en de verlenging van de regeling was reeds een laatste kans geweest.
Het hof zag geen reden om de tekortkomingen buiten beschouwing te laten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Tevens wees het hof het verzoek af om de zaak aan te houden voor het aanleveren van ontbrekende informatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei vanwege tekortkomingen van appellant.