ECLI:NL:GHSHE:2015:3894

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 oktober 2015
Publicatiedatum
6 oktober 2015
Zaaknummer
HD 200 165 702_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 RvArt. 222 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van civiele zaken wegens verknochtheid en proceseconomische redenen

In deze civiele procedure bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch is een incident tot voeging behandeld waarbij appellant en geïntimeerden betrokken zijn. Appellant had hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant. Geïntimeerden verzochten om voeging van deze zaak met een andere aanhangige zaak die betrekking heeft op hetzelfde onderwerp en verknocht is met de onderhavige procedure.

Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 353 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 222 Rv Pro voeging kan worden bevolen indien zaken verknocht zijn. Gezien de omstandigheden en het feit dat appellant in eerste aanleg al een incidentele vordering tot voeging had ingediend, acht het hof voeging gewenst en proceseconomisch verantwoord.

Het hof beveelt daarom de voeging van de onderhavige zaak met de andere aanhangige zaak en verwijst de hoofdzaak naar de rol van die zaak voor beraad. Tevens wordt de beslissing over de kosten van het incident aangehouden tot de einduitspraak. Verdere beslissingen in het incident en de hoofdzaak worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof beveelt voeging van de zaken en verwijst de hoofdzaak naar de rol van de andere zaak voor verdere behandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.165.702/01
arrest van 6 oktober 2015
gewezen in het incident tot voeging in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. P.W.H.M. Dijkmans te Bladel,
tegen

1.[holding] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3.
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. N.H.A. Kampschreur te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 17 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnissen van 9 juli 2014 en 19 november 2014 tussen appellant – [appellant] – als eiser en geïntimeerden – [geïntimeerden c.s.] – als gedaagden.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/276513 / HAZA 14-239)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnissen.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het exploot van anticipatie van 2 maart 2015;
  • de memorie van grieven met producties;
  • de memorie van antwoord met producties alsmede memorie in het incident tot voeging;
  • de antwoordmemorie in het incident tot voeging.
Appellant heeft daarna pleidooi gevraagd.

3.De beoordeling

In het incident
3.1.
In voormelde appeldagvaarding heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep alsmede – voor zoveel nodig – alle daaraan voorafgaande mondelinge en schriftelijke tussenvonnissen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [appellant] alsnog toe te wijzen en [geïntimeerden c.s.] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
3.2.
Ter rolle van 28 juli 2015 heeft [geïntimeerden c.s.] onder meer een incidentele conclusie tot voeging genomen van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer HD 200.165.840/01) aanhangige zaak tussen [appellant] als appellant en [geintimeerde 1 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] , [geintimeerde 2 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] en [geintimeerde 3 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] (hierna: [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] ) als geïntimeerden.
3.3.
[geïntimeerden c.s.] voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat [appellant] in de inleidende dagvaarding in eerste aanleg direct een incidentele vordering tot voeging heeft ingediend, stellende dat de zaak tegen [geïntimeerden c.s.] betrekking heeft op hetzelfde onderwerp als, althans verknocht is met, de reeds bij de rechtbank aanhangige zaak tussen [appellant] en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] . [geïntimeerden c.s.] meent dat op basis van de door [appellant] in eerste aanleg genoemde omstandigheden, alsmede op basis van het eindvonnis in de gevoegde procedures, dat ook in hoger beroep voeging dient plaats te vinden. [geïntimeerden c.s.] meent dat voeging zeer gewenst is en daarnaast dat zulks om proceseconomische reden is geboden.
3.4.
Bij memorie van antwoord in het incident heeft [appellant] zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
3.5.
Gelet op het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 222 Rv Pro kan de gevraagde voeging worden bevolen, nu de hiervoor genoemde zaken met elkaar verknocht zijn.
3.6.
Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak.
In de hoofdzaak
3.7.
De zaak wordt naar de rol verwezen tot de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat. Alsdan zullen verhinderdata van partijen worden gevraagd nu in onderhavige zaak door [appellant] pleidooi is verzocht.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
beveelt de voeging van onderhavige zaak (zaaknummer HD 200.165.702/01) met de bij het hof aanhangige zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 tussen [appellant] als appellant en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] als gedaagden;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol totdat in de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat, alsdan dienen partijen opgave te doen van verhinderdata;
in het incident en de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober 2015.
griffier rolraadsheer