Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 781856/346, rolnr. CV EXPL 11-1105)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende eiswijziging en het instellen van een voorwaardelijke vordering ex artikel 843a Rv;
- de memorie van antwoord (‘conclusie van antwoord’) in het voorwaardelijke incident;
- de rolbeslissing van 3 september 2013;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van [appellante] in het voorwaardelijke incident;
- de antwoordakte van ASR in het voorwaardelijke incident;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de door [appellante] tijdens het pleidooi genomen akte met producties 1 t/m 5, welke akte met producties op voorhand bij brief van 10 juni 2014 door mr. Maliepaard naar het hof en ASR is gestuurd.
3.De beoordeling
‘bij een fondsrendement van 9%’fl. 45.000,- bedraagt. Daarbij wordt verwezen naar een toelichting in de offerte waarin onder het kopje ‘Fondsrendement’ staat vermeld:
‘De periode waarover basisunits worden toegewezen (de basisperiode) begint op 01-09-1997 en eindigt op 31-08-2001. Voor een eventuele premieverhoging geldt, vanaf het moment van de verhoging, een nieuwe basisperiode van maximaal 4 jaar.’
‘110% van de waarde van de toegewezen units, welke mede zullen worden aangewend voor deze overlijdensuitkering, tegen biedkoers hoger is dan het overlijdenskapitaal, dan zal de uitkering naar rato worden verhoogd’;
- ASR had vóór het aanbieden van de beleggingsverzekering, al dan niet via de tussenpersoon, informatie bij [appellante] moeten inwinnen over haar financiële positie, beleggingservaring, beleggingsdoelstelling en risicobereidheid;
- ASR had [appellante] vóór het sluiten van de beleggingsverzekering expliciet moeten waarschuwen voor de (specifieke) risico’s die daaraan waren verbonden, maar zij heeft dat nagelaten.
- ASR had [appellante] ook gedurende de looptijd van de beleggingsverzekering moeten informeren, onder meer over de waardeontwikkeling. Weliswaar heeft ASR [appellante] over de waardeontwikkeling geïnformeerd via de jaaroverzichten, maar ASR heeft [appellante] daarbij (bewust) onjuist en/of onvolledig geïnformeerd over de kosteninhoudingen.
- de betaalde inleg minus de waarde van de beleggingsverzekering, en;
- het misgelopen rendement.
precies9% zou zijn. Het zal echter niet voorkomen dat het rendement 24 jaar achter elkaar telkens precies 9% is. [appellante] heeft daaraan toegevoegd dat zelfs als het rendement
gemiddeld9% per jaar zou zijn, het beoogde eindkapitaal niet wordt behaald. [appellante] heeft deze laatste stelling toegelicht aan de hand van een berekening.
heeft voorts onder meer terugbetaling van ASR gevorderd van misgelopen rendement vanwege de – in de ogen van [appellante] onterechte althans onverwachte - in rekening gebrachte kosten, zodat toetsing van algemene voorwaarden op grond waarvan ASR - naar eigen zeggen – diverse kosten heeft ingehouden, naar het oordeel van het hof binnen de rechtsstrijd van partijen valt.
‘bedingen die de kern van de prestaties aangeven’, zogenaamde kernbedingen, wijst het hof thans reeds op de afsluitende woorden van artikel 6:231 sub a BW Pro
‘voor zover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd’.
‘31 Het Hof heeft reeds geoordeeld dat die bepaling, aangezien zij een uitzondering vormt op de inhoudelijke toetsing van oneerlijke bedingen waarin de door richtlijn 93/13 ingevoerde consumentenbeschermingsregeling voorziet, strikt moet worden uitgelegd (zie arresten Kásler en Káslerné Rábai, C‑26/13, EU:C:2014:282, punt 42, en Matei, C‑143/13, EU:C:2015:127, punt 49). (…)