Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2008 is een co-ouderschapsregeling overeengekomen en vastgelegd in een kinderconvenant en rechtbankbeschikking. Sinds mei 2013 is het co-ouderschap met betrekking tot één kind beëindigd, waarna een contactregeling werd uitgevoerd.
De vrouw verzocht de contactregeling en kinderalimentatie te wijzigen, terwijl de man incidenteel appel instelde met een ander voorstel voor contactregeling en alimentatie. Het hof hield een mondelinge behandeling waarbij ook het kind zijn mening kon geven. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van communicatie tussen ouders en het kind.
Het hof constateerde dat partijen niet in staat zijn zonder tussenkomst van derden te communiceren en benoemt daarom ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van het kind te behartigen en te onderzoeken hoe contact met de vader verantwoord kan worden vormgegeven.
De bijzondere curator krijgt de opdracht gesprekken te voeren met ouders en kind en eventueel contactmomenten te begeleiden. De advocaten worden opgedragen de contactgegevens aan de curator te verstrekken. De verdere behandeling van het hoger beroep, ook over alimentatie, wordt aangehouden tot het rapport van de curator, uiterlijk 10 december 2015.