Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 26 mei 2015;
- de brief met bijlagen van de GI d.d. 10 september 2015.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die een schriftelijke aanwijzing van de GI handhaafde, waarin het contact tussen haar en haar twee minderjarige kinderen werd beperkt. De kinderen zijn sinds 2011 onder toezicht en sinds 2013 uit huis geplaatst in een pleeggezin. De moeder verzocht de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen en een bezoekregeling vast te stellen.
Het hof overwoog dat de schriftelijke aanwijzing niet deugdelijk gemotiveerd was, maar dat de GI haar standpunten voldoende had toegelicht en de moeder in de gelegenheid was gesteld te reageren. De aanwijzing is beperkt in duur tot de kerstvakantie 2015/2016 en strekt ertoe het belang van de kinderen te beschermen, die negatieve reacties vertonen bij contact met de moeder.
De pleegouders en GI gaven aan dat het contact spanningen veroorzaakt bij de kinderen, met lichamelijke klachten en concentratieproblemen. Het hof achtte het belang van de kinderen zwaarder dan dat van de moeder en bevestigde de beschikking. Het hof achtte verder onderzoek naar de oorzaak van het gedrag van de kinderen rondom het contact wenselijk voor toekomstige omgangsregelingen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van de GI en wijst het verzoek van de moeder tot vervallen verklaring af.