Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
-onder aanvulling van de gronden – dan ook worden bekrachtigd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant verzocht bij de rechtbank Limburg om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van ruim €20.500, waaronder een belastingschuld van circa €5.325. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant de verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege psychosociale problematiek en het ontbreken van een verklaring van een hulpverlener dat deze problematiek beheersbaar was.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij ondanks zijn psychosociale problematiek, die deels voortkomt uit zijn schulden, momenteel stabiel is en ondersteund wordt door een budgetbeheerder en budgetcoach. Hij gaf aan binnenkort een beschermingsbewindvoerder te willen aanvragen en dat zijn schuldenlast afneemt. Het hof overwoog dat een belastingschuld die voortkomt uit het niet tijdig of onjuist verstrekken van gegevens in principe niet te goeder trouw is ontstaan, en appellant dit onvoldoende heeft onderbouwd.
Verder stelde het hof dat toelating bij psychosociale problematiek alleen mogelijk is indien deze problematiek duurzaam beheersbaar is, bevestigd door een deskundige hulpverlener. Aangezien appellant pas recent met behandeling is begonnen en geen verklaring kon overleggen, was dit niet aannemelijk. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van nakoming en niet te goeder trouw zijn.