Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Kong Hing Supercenter N.V.,
1.Het verloop van de procedure
- Het hiervoor genoemde exploot van dagvaarding van 7 november 2013;
- de memorie van grieven waarbij producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord waarbij producties zijn overgelegd;
- het proces-verbaal van pleidooi, waaruit onder meer blijkt dat partijen pleitnota’s en producties hebben overgelegd en vragen van het hof hebben beantwoord.
2.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 97008 / HA ZA 03-1283)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
“(…) legale ‘loop hole’ de winst te drukken” omdat het zonder nadere toelichting die ontbreekt, voor het hof niet duidelijk is hoe een ‘fake overeenkomst’, dus een niet bestaande, valselijk voorgestelde overeenkomst, grondslag kan zijn voor een legale winst drukkende constructie.
Voor zover Kong Hing zich tijdens het pleidooi heeft willen beroepen op bewijsnood, omdat de ABN Amro bank te Luxemburg de sluitingsdocumenten van de betreffende rekening - en naar het hof begrijpt ook overige mogelijk relevante stukken - na 10 jaar heeft vernietigd (vide de als aanvullende productie bij pleidooi overgelegde brief van ABN Amro van 18 november 2014), heeft te gelden dat Kong Hing zichzelf in die nood heeft gebracht. Waar de aan deze procedure in hoger beroep voorafgegane procedure in eerste aanleg al in juni 2003 is gestart, is immers zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk dat eerst in september 2014, derhalve meer dan dertien jaar na de door Kong Hing onder meer bestreden opname van gelden en opheffing van de rekening en meer dan elf jaar na aanvang van de procedure, via Mr. Offringa eerst om afgifte van nadere bescheiden aan de ABN Amro is verzocht.